Bio Art en Matter of Life, een essay

Op 7 februari vond het symposium ‘Matter of art’ plaats in de MU Artspace te Eindhoven. In MU was op dat moment een tentoonstelling over Bio Art, speculatieve kunst die met levende materialen werkt.
Voor deze avond was ik gevraagd om de openingstekst te schrijven over het thema en ook om een nicodijkshoorntje te schrijven gedurende de avond. Hieronder is het essay dat ik als openingstekst heb geschreven te lezen.

Ik had nog nooit gehoord van Bio Art, maar het verbaasde mij helemaal niet dat er gewerkt wordt met levende materie, het leek mij een natuurlijke stap voor kunstenaars in deze tijd, de volgende stap in de evolutie van kunst en de onderwerpen en materialen van de kunst. Daarna moest ik denken aan wat natuurlijk precies betekent, en evolutie?
Toen ik het foldertje las voor de Matter of Life tentoonstelling las ik het zinnetje: ‘Ingrijpen in de evolutie om de perfecte postduif te creëren.’ Ingrijpen in de evolutie, kan dat wel? Kun je ook volledig niet in de evolutie ingrijpen? Is eenvoudigweg bestaan niet al een ingrijpen in en een deelnemen aan de evolutie? Met die vraag bekeek ik de tentoonstelling, die werkelijk prachtig is. Terwijl ik langs de bloemen, schimmels, duiven en cellen liep bedacht ik dat deze kunst op twee manieren juist heel natuurlijk is. In eerste instantie is het natuurlijk vanwege de materialen, ook transgenese gebeurt uiteraard met natuurlijk materiaal. Maar ook het technologische aspect aan de kunst kun je zien als natuurlijk: ten eerste omdat het voortvloeit uit mensen en hun organische ideeën over organisch materiaal, maar ook zijn de technologische ontwikkelingen evengoed aan een natuurlijk proces onderhevig. In de Philosophy of Mind, en het Neo-Darwinisme, is zo’n tien jaar geleden een ontwikkeling ontstaan waar vanuit je de natuurlijke selectie van levende wezens en de technologische ontwikkeling als hetzelfde kan zien. Aan de ene kant heb je de genen, de zelf replicerende codes, die door natuurlijke selectie wel of niet worden doorgegeven of muteren, en aan de andere kant heb je de memen, de memes, ook wel de technologische of ideologische genen te noemen; hetgeen voortkomt uit ons, onze ideeën, paradigma’s, zelfs religie en alle technologie dus ook die uit ons voortkomt. Hoewel de eersten aan te wijzen zijn en ook zichtbaar gemaakt kunnen worden, en de tweede niet, volgen ze, volgens de nieuwe ideeën in een stroming van de filosofie, dezelfde regels. Een meme, zoals ook op internet, ontstaat, muteert, overleeft of niet en krijgt zelfs nakomelingen in de vorm van afgeleide memes. Bij de internetmemes is het onmogelijk om te traceren waar ze precies begonnen zijn, op een bepaald moment kun je ook niet meer zeggen dat ze werkelijk zijn ontstaan, ze zijn er. Zelfs als je een meme actief gaat zitten bedenken is het de vraag of het niet toch een afgeleide is van een meme die al eerder bestond, is de meme die jij zelf hebt bedacht of hebt veranderd, dus wel van jou? Zijn je ideeën van jou, je gedragingen die je doorgeeft aan je kinderen en je overtuigingen wel van jou? Wellicht is er een groter mechanisme gaande wat ervoor zorgt dat wij, naast onze genen, onze ideeën aanpassen en doorgeven. Dan is bijvoorbeeld de vraag:’ waarom wel het Christendom en niet de natuurgodsdiensten?’ te beantwoorden met: ‘omdat het nu eenmaal overleefde en de best aangepaste meme van dat moment was.’ Als je op deze manier naar de wereld kijkt is een ingrijpen in de evolutie haast onmogelijk, want de evolutie is er altijd en je bent er zelf onderdeel van. Je kunt niet afstand nemen van de evolutie en er dan weer induiken. Uiteraard is het toepassen van transgenese een ingrijpen, maar het is onmogelijk om te weten wat de status quo van de natuur is, gezien die in constante ontwikkeling en beweging is. De evolutie blijft bestaan, ook als je wat genen aanpast. Het hele mechanisme van de survival of the fittest zal blijven bestaan. Ook is, binnen dit perspectief, het onderscheid tussen natuur en cultuur, en natuurlijk en kunstmatig, zoals wij dat van oudsher onderscheiden, opgeheven. Wat er uit ons voortvloeit is een natuurlijk proces, er is geen terugkeer naar het ‘werkelijk natuurlijke’ want dat is net als een krokodil vragen of hij weer een vis wil worden. Ik weet niet zeker of ik het met dit perspectief eens ben, want het heeft verregaande consequenties voor onze ideeën over ethiek. Aan de andere kant, wellicht is dit perspectief gewoonweg een paradigma-verandering, was onze ethiek aan een grote schoonmaakbeurt toe en overkomt ons dit toch wel, of wij nu willen of niet.
Net toen ik met voorgaande bezig was hoorde ik dat er groeperingen zijn die tegen de Bio Art zijn, om ethische redenen. Dat verbaasde mij dan weer want deze kunstvorm scheen mij, hoewel zeer grensverleggend, in eerste instantie niet zozeer ethisch of onethisch toe. Er zijn blijkbaar twee soorten kritiek: de eerste soort is van de groep die gewoonweg vindt dat het spelen met het natuurlijke niet zou moeten mogen en dat dit ingrijpen in de evolutie en natuur per definitie onethisch is. Daar is dat ingrijpen in de evolutie weer. Ok, stél je zou kunnen ingrijpen in de evolutie, met de zekerheid dat die dan op een andere route afstevent dan anders, dan zijn de voorbeelden die genoemd worden in de folder niet helemaal de juiste, denk ik. De geniale ‘perfecte postduiven’ worden, voor zover ik begrepen heb, wel genetisch gemodificeerd, maar voornamelijk getraind en voorzien van chips voor de data, dat je hier een specifiek ras duif voor nodig hebt is logisch want ze moeten lange afstanden kunnen vliegen en goed kunnen leren. Als dat voorbeeld een ingrijpen in de evolutie is, dan is het trainen van mijn hond om een pootje te geven dat ook.
Een ander soort kritiek vanuit de verontwaardigen is dat jullie er van worden beticht een uithangbord van bedrijven te zijn. Dit laatste is een lastige want inderdaad kun je de vraag stellen of kunst die in dienst staat van het bedrijfsleven nog wel kunst te noemen is. Aan de andere kant: waarom het niet gewoon zien als een synthese van beiden? Het is zowel kunst als wetenschap en ook een manier om de leek te laten zien wat er allemaal kan en mogelijk zou kunnen.
Ik leerde dat Bio Art ook wel speculatieve kunst genoemd wordt, dat leek mij ook een betere benaming want het is in veel gevallen voorspellend of een soort poging om een mogelijkheid te opperen. Maar ook de kunst die geen Bio Art is kan natuurlijk speculatief zijn. Een andere kritiek waar ik over las is de aloude clichévraag of alles wat kan ook moet mogen? Dat is de meest moeilijke vraag vind ik. Gelukkig hoeven kunstenaars zich daar, mijns inziens, geen zorgen om te maken want als je bezig bent met kunst moet alles kunnen en anders zal de wet je wel tegenhouden, of arbeidscodes zoals in het geval van Charlotte Jarvis gebleken is. De moeite die het kost om een arts zover te krijgen om een rectoscopie uit te voeren op een gezond mensenlichaam is een rem die natuurlijk op het maakproces wordt gezet. Verder zou ik jullie, de kunstenaars, aanraden om de meeste ethische verontwaardigden niet te serieus te nemen. Niet omdat ethische kwesties niet belangrijk zijn en ze zijn ook interessant, maar omdat de meeste verontwaardigden geen echt goede argumenten hebben. Het meeste wat ik kon vinden op internet vanuit die groeperingen was gegrond in dezelfde argumentenbasis als de Pro-Life-groep, namelijk een vorm van: ‘omdat het me nu eenmaal tegenstaat’, en vervolgens doen ze alsof dat een uitspraak met een morele waarde is. Als er dan wel een filosoof is die wat roept, houdt dan ook altijd in gedachten dat filosofen zeer makkelijk over kunst schrijven maar meestal geen idee hebben hoe het is om uitvoerend kunstenaar te zijn.
Dan is er nog de publieke opinie op de sociale media, en daarvan word ik vaak melig. Vorige zomer was iedereen verontwaardigd over Monsanto, een bedrijf dat de natuur als eigendom claimt, in diezelfde periode was ineens iedereen solidair met Palestina, waarna iedereen het WK was. Daarna was iedereen de traan om de MH17 en tot een week geleden was iedereen Charlie. Ik betwijfel overigens de ernst van deze zaken niet, maar ik denk dat we het ook kunnen zien als voortvloeiend uit hetzelfde mechanisme waar vanuit onze ideeën voortvloeien; welk idee haalt het nieuws, welk idee is het best aangepast, welk idee overleeft. Welke ideeën wij over 50 jaar zullen hebben of als heel normaal en natuurlijk zullen ervaren weten we nu niet. Maar daarvoor zijn jullie! Gissen, fantaseren en maken zijn de leukste dingen ter wereld en Joost mag het weten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>