Categorie archief: stadsgedichten

Seconden later zijn wij allerbesten

Zevende sonnet van de Tilburgse sonnettenkrans 2012, aangeboden als gratis boekenweekgeschenk.

Seconden later zijn wij allerbesten.
Hij spreekt alweer van vroeger en van toen,
van: “ weet je nog?” en onze eerste zoen.
Hij koos de mooiste, deelde wat er restte.

Wij lachend om die avond in ’t plantsoen,
de avond in het gras op Tilburg West en
ik kon niet wachten op mijn grootse test en
zag hem mijn liefje van haar goed ontdoen.

Terwijl hij alle mensen om zich rijgt,
zijn nonchalante ‘k-weet-’t-ook-niet-geste,
ben ik diegene die zacht grapt en zwijgt.

Zal ik dan toch de rake waarheid ketsen?
Hem laten zien dat ik hem overstijg?
Ach wat, ik blijf toch altijd de gekwetste.

Lege schappen vullen vrienden

Een wandeling door Tilburg

Kom je net om de hoek kijken,
Uit een andere stad en net uit bed.
Loopt een man je tegemoet,
Schouders ineengedoken en grijs bij de slapen.
Hij kijkt je aan en zegt: “hoi!,” alsof het niets is.

Duiven haast onzichtbaar tussen al het grijs,
De beetjes pikkend tussen de tegels.
Alles wat wij niet moeten.

Bijna de straat uit,
de man kijkt om en zwaait.

Je wandelt verder langs de grote begraafplaats
waar witte beelden je in Italië doen wanen.
Twee grafdelvers.
Ze harken de laatste aarde bijeen en wuiven naar je.

Bakstenen huizen net niet oud of nieuw.
Kleine Maria’s in de muren gemetseld.
Niet los te wrikken.

Bij het station staan rijen mensen,
Ongeduldig.
Matte glasplaten maken de lucht
altijd bewolkt.
Een zwerver met boemerangkaarten.
Je wilt iets tegen hem zeggen.
Je stamelt: “hoi..hallo.”
Hij heeft geen tanden meer.
Je geeft hem een worstenbroodje
Want dan ga je een beetje naar de hemel.

Drukke dagjesmensen.
Djembé-man geeft ritme aan hun loopje.
Toeterend, “kiss & ride” en telefoontjes.

Grote weg over.
Grijze mosselen en zalm worden aangeprezen.
De drukte in.
Hippe mensen in joggingbroek
Vers uit de dansles.
Soms geeft iemand je een knipoog.
Vrouwen winkelend.
Koopjes nemen loopjes met je.

Soep, tassen, taart, schoenen en Hemaworst.
Mensen blij en teleurgesteld.

Art deco glas in lood.
Want zoiets valt jou op.
Oude gebouwen links en rechts.
Kunstgaleries tussen fietsen en fruit.
Als in Frankrijk in de zon.
Terrasje pakken.
Je bestelt bij de ober:
“zou ik een koffie mogen?”
Waarom zeg je dat altijd?
Tuurlijk mag dat!
Koffie op een pleintje.

Kleine straten met gekleurde raamkozijnen.
Stiekem kijk je naar binnen.
Hoge plafonds en een vrouw veegt haar stoep.
Je knikt, zij kijkt en veegt.
Muziek klinkt uit een club.

Je bent bij een groot plein.
Sommigen zitten stil, anderen niet.
Fontein met vele gaten.
Enorme ruimte met hele kleine stroken gras.
Jonge meisjes spelen met hun telefoon.

Dan ben je er, bij het café.
Een bruin café.
De gasten schaken wat en drinken wat.
De deur gaat open.
Iedereen lacht je toe.
Muziek.
Je danst op de tafels.

Tilburg.

Tijdmachine

Ter ere van het 100-jarig bestaan van de Bibliotheek.

Als je een keer vragen hebt of ongelukkig bent
Je twijfelt of zekerheden zeker zijn,
En je wil dat iemand je verhalen deelt
Omdat je alleen bent met je ideeën.
Weet dan dat er een plek is, in elke stad
Waar je in de kast kan duiken.

Als je niet weet of nu 1988 of -89
De val van de muur en alle consequenties,
Of je dreigt te verliezen in een weddenschap
En je weet toch echt echt zeker dat die ene
Jongen uit de klas het mis had met de hoofdstad.
Weet dan dat er voor kennis een plek is.

Stel, je zoekt, terloops, de herkomst van lijden,
Je hebt een hond met allergie en vergeet steeds wie
Nou ook alweer de pasta had ontdekt,
En of fröbelen iets is wat volwassenen kunnen,
Of dat kinderbreinen kinderachtig durven zijn.
Weet dan dat je niet naar Wikipedia hoeft te surfen.

Maar dat je naar de BIEB kan.
Naar de Bieb. Naar de bieb dan!

Je kan er reizen door de tijd
Je kan er koffie drinken
Je kan er nagaan of drie maal drie wel negen is
Of de kerk zich in de mens vergist.
Je kan er lezen of het beter is je buurman te verlinken

Je kan er dromen tot je valt
Je kan er plaatjes kijken
Je kan verzinnen dat je koning bent van Nederland
Hoe een lucifer op Mars brandt,
Je kan er leren of je later op je moeder zal gaan lijken

Wat wil je bedenken? Alles? Er is vast wel iets over alles!
Wil je een taart gaan bakken? Kom maar!
Waargebeurde verhalen vertellen?
Hoe een meisje een jongen versiert?
Witte neushoorns, toekomst voorspellen,
Krachtmetingsfabels, Grote fanfares?
Hertenvlees en kattenverharing
Oude verhalen en krantenberichten
Kennis voor altijd, wat een verlichting!
Tijdmachines bouwen?
Vroeger en nu in één keer overzien:
De mensheid bekijken,
voyeuristisch, in ‘t geniep,

Het kan allemaal bij de Bieb.

Aftrap 013 013 013 013 013

Geschreven voor de aftrap van het ‘jaar 013′

Al kan het eigenlijk niet meer: Gelukkig Nieuwjaar!
Ik hoop dat ’t een gelukkig Nieuwjaar wordt. Of anders, voor de dichters onder ons, een iets minder teleurstellend Nieuwjaar, of een door drank draaglijk Nieuwjaar. Voor de politici en ambtenaren: Een jaar gewenst gevuld met stempels en wetsvoorstellen! Aan de rest: Een gelukkig Nieuwjaar.

Maar wie weet is gelukkig zijn wel het laatste wat jullie willen en vinden jullie dat maar passé: Geluk. Maakt het jullie verzadigd van lichaam en geest. In dat geval wens ik jullie een iets ongelukkiger Nieuwjaar waarin je kan blijven streven naar dat geluk, als dat je gelukkiger maakt.

Dit is wat ik wens:
Een jaar met enorm veel activiteiten
Een jaar zonder angst.
Een jaar waarin iedereen genoeg te eten heeft.
Een jaar waarin niemand hoeft te concurreren voor z’n hachje.
Een jaar waarin extreem veel moppen worden verteld
Een jaar waarin iedereen oprecht geïnteresseerd is in elkaar. Dat als iemand vraagt “hoe gaat ‘t?” die persoon ook werkelijk het antwoord wil horen.
Een jaar waarin niemand zich achtergebleven voelt en niemand zich buitengesloten.
Een jaar met veel feest!

Dit is wat ik vrees:
Een jaar vol portemonnederigheid
Een jaar waarin alle bezuinigingen goed gepraat worden onder het mom van: “Ach, we zullen het wel verdiend hebben.”
Een jaar waarin de voedselbank weer leeg is.
Een jaar waarin niemand elkaar iets gunt omdat niemand vindt dat hij of zij echt genoeg heeft.
Een jaar met veel ruzie door bovenstaande.
Een jaar waarin we gewend zijn geraakt aan uitspraken van politici, een jaar waarin we onze schouders ophalen.. ach ja.
Een jaar vol ongelukkige passiviteit.
Een jaar waarin veel mensen aan de drank raken.
Een jaar waarin elke dag op de vorige lijkt.

Dit is wat kan, denk ik:
Een jaar waarin we opstaan tegen het gelul.
Een jaar waarin we niet monddood gekletst worden door politici en door negatieve ‘framing.’ Zoals met de kunstenaars is gebeurd: “Van subsidie word je juist minder creatief.” Als je dit dan poogt te pareren ben je óf verwend want hoe DURF je nog geld te verwachten als anderen gebukt gaan onder het eigen risico van de zorgverzekering en als oma geen rollator meer krijgt. De andere optie is dat je overkomt als iemand die dit gevolg van subsidie niet wil erkennen en dus zal je wel geen echt goede kunstenaar zijn: “Die houdt z’n eigen broek toch op?”
Een jaar waarin iedereen samenwerkt.
Een jaar waarin niet alles in economische waarde uitgedrukt hoeft te worden.
Een jaar waarin ‘profileren’ meer inhoudt dan een persberichtje sturen naar het Parool.
Een jaar waarin ‘profileren’ een stom woord gevonden wordt.
Een jaar waarin we inzien dat je samen echt meer kan dan alleen.
Een jaar waarin er zoveel moois te zien is dat iedereen er meer ideeën van krijgt.
Een jaar waarin we inzien dat iets organiseren meer is dan alleen tijdverdrijf, en iets noodzakelijks is.
Een jaar waarin niemand zijn schouders ophaalt en iedereen vecht tegen geklets en onrecht.
Een jaar waarin niemand buitengesloten wordt omdat we inzien dat we allemaal mensen zijn en niemand echt beter is dan een ander, iedereen wel iets kan en iedereen rechten heeft. Bovenal dat iedereen in de schoenen van de ander had kunnen staan.

Een jaar met veel muziek en poëzie en lekker eten en goede wijn. Met katten op de vensterbank, warme kachels en goede gesprekken en feesten waar iedereen kan dansen.

Het ritme van die dans zal onze geesten vervullen met de nieuwe binaire code waar één cijfer aan is toegevoegd. Die binaire code zal ons allen bewegen en vervoeren door het oerwoud van de onzin naar het grote feest waar dit ritme ons beweegt.

Het ritme gaat zo: 013 3 001 3 03 13 0013 013 013 013 013….

Voel je ‘m?

Hop!

Herfstangst

Herfst,
Wil je alsjeblieft nog even wachten?
Nog even niet de truien in
Nog even niet de vachten aan
Nog even geen verpulveren van bladeren
Nog even niet de kachelpijp
Nog even het laagje los.

Laat de stad nog éven zien,
Houd haar sluier op,
Al wordt ’t zwaarder.

Herfst,
Geef mij nog één keer een peepshow.
Laat mij de dakpannen nog één keer roder zien.
Laat mij de grijze stenen nog één keer als zandsteen zien
en laat mij denken dat de huizen onvolledige piramides zijn.

Nog even geen chocoliedjes kerstcd’s.
Rillingen naakte bomen en natte laagjes
Druppels van mijn oren.
Koude winterlucht
die mijn hersenpan in tweeën snijdt
tot één knusse kopjes thee onder een dekentje, en één kersthatende.
Ik zet mijn rendieroren vast op.

Herfst,
Laat mij nog even niet veranderen,
Laat mij nog even geen herhaling zien
Van: “Ouwe koek en net als vorig jaar en zie je wel dacht ik al.”
Van: “Dat zei ik vroeger al, het ligt aan de rest aan de anderen
Het is de schuld van de buitenwereld, ik heb altijd gelijk en de rest verandert.”

Laat mij nog even alles zien alsof het nieuw is, dat er nog geen naam voor is.
Laat mij nog even bedenken hoe het moet heten.
Laat mij nog even niet die oude man worden die alles al benoemd heeft.

Wil je alsjeblieft nog even wachten?
Ik wacht dan met je mee dan turen we samen naar de wereld.
En noemen we alles oneindig vaak omdat we nog niks kennen.
Omdat we nog even niet binnen hoeven te zijn.
Omdat we nog even niet elk jaar hetzelfde ritueel.
Omdat we nog even geen grijsheid zien
Omdat we alle kleuren kunnen bedenken.
We kunnen alles bekijken, als jij ons de kleuren teruggeeft.
Nog even geen dikke sokken zelfde verhalen weer die éne oom.
Nog even niet koud nog even geen oude gedachten herinneringen.
Nog even niet?

Optocht

Geschreven voor de Tilburgse Koerier 21 februari 2013

Haar iets te dikke billen passen net in het rokje.
Ze papiermacheet zich om de mannen,
Tapt hun oksels voor tweedehands bier.
Ze loopt vooraan, danst rond de wagen,
Toet toet toeteren haar heupen
Naar een knappe jongen.
Nog twee dagen te gaan!
Ze trekt de massa mee met haar slingerboa.
Er kruist een rouwstoet. oma wordt begraven.
De zwarte en kleurenvlaggetjes verstrikken.
In de kerk wordt gesproken over vroeger en nu,
Over port en frietjes.
`Bier en tietjes´, roept iemand op straat.
Zij kijkt op, pruilt naar de familie,
De familie lacht terug.
Beiden stijgen op, verdoofd.
Alles is traditie.

Verhuizing van een vrouwelijke stadsdichter

Als het droste-effect hoogtij viert
En scheve ogen uit oude mannen puilen
Om net onder mijn rok te kijken
Wachtend op hun jeugdigheid
Heb ik toch geen medelijden.
Was ik maar één van hen,
Een rijpere oude man
onder mijn eigen rok kijkend.

Elke dag dat ik verplaats is
Als een enorme verhuizing
Maar mochten mensen bang zijn
Dat ik te Amsterdams ben
Wees niet gevreesd,
Ik ben ook maar een mens.

We zitten allen in dezelfde carrousel.
Het ene paardje is roze en de andere paars
Maar allen in dezelfde carrousel van het droste-effect.

Merry Go-Merry Go
Merry Go Round

Misschien word ik ooit nog een echte vent.
Tot die tijd ben ik de kleinste vrouw,
of, als ik op een landkaart sta, de grootste ter wereld.

Het is wit en het staat in het Vondelpark..
Witte gij ut?

Trots op Tilburg?!

Geschreven voor de verkiezing ‘beste binnenstad’, waar Tilburg voor was genomineerd

“Doe maar gewoon!” Zegt de man tegen de vrouw.
“Dan doe je al gek genoeg.”
“Spaar jezelf of je piekt te vroeg
En dan geeft niemand om jou.”

De vrouw, hevig verontwaardigd,
Wilde hem enkel bekoren:
“Mijn borsten gelift tot aan mijn oren,
ze raken al jaren mijn gezicht.”

“Het onkruid tussen de tegels geplukt,
de oude details gerenoveerd.
“Elke andere man zou vereerd
zijn en intens verrukt!”

“Al jaren klaagde je over mijn vormen
Je vond ze niet bij de tijd!”
“Ik moest zelfs, tot mijn spijt,
mijn oude beelden bestormen”

“Nee nee,” zei de man, “je vergist je schat!”
“Mijn liefde voor jouw is geen prijs.”
“Ik hoef geen hemels paradijs,
Voor mij volstaat de grauwe stad.”

“Bij mij valt niets te winnen.
Ik heb frietsaus, geen mayonaise
En zeker geen bearnaise!
Juist daarom wil ik je beminnen!”

“Je buitenkant neem ik voor lief
Het gaat mij om van binnen!”
“Ik hou van al je twintig kinnen
En van je vlekkenmotief!”

“Je kent mij toch, ik ben niet van ingewikkeld.”
“Van hoge kunst en woorden,
en muziek met zware akkoorden!”
“Van theater met een grote T, ’t is niet wat mij prikkelt!”

“Ik hoef geen importevangelie
Van die boven-rivierse mensen,
met hun grote wereldse wensen.”
“Eenvoud is de schoonste harmonie!

“Ach hypocriet!”, zei de vrouw tot haar man,
“wat nou, doe maar gewoon?”
“Je spreekt zelf als de hoogste boom,
Ja, jij kan er wat van!”

“Geen opsmuk, zeg je, wat een gezwam!”
“Eerst zeuren dat het minder moet,
dat uiterlijk er niet toe doet
En geen theater uit Amsterdam..”

“..En dan morgen met een stoet
Van 25 mensen naar Madurodam!”

Taal van Tilburg

Iemand ‘liked’ een filmpje op internet.
Hamasleider als een natte dweil uit een auto gesleept.
Ik trek mijn pèkske aan voor de carnaval, het is een bananenpèkske.
Voor als de natte-dweilen-look uit het terrorfilmpje niet meer van nu is.
Je moet wat als je op sjantenelle gaat.
Natte dweilen doen het niet goed bij de ‘gasten’.

Dropshotje over mijn harige tanden en slagroom uit mijn navel.
Met de cárnaval een dansje wagen.
Er staat een man naar mij te loeren
Bert heet hij, Bert knikt en lacht ruim,
Bert is ’n goei mèns.
Pinteman vatten bij de schuimhorens.
Zuipen is voor vrouwen met baarden.

In de wereld gaat alles sneller
Mensen slepen elkaars lichamen voort
Facebook checken op de smartphone
Fucking random epic awesome as fuck
Third generation techno-memes ,epic fail.
Liked it, no just, you know, its like you troll.
I will troll the fuck out of you just,you know,
Posting some articles about stuff and shit.
Thinking it says something about my… you know…
Personality. My me, me me.

Oorlogen waaien verder,
Maar godnondedju wa is d’r veul gezèver.
En zodra ik die zachte klanken hoor
Weet ik dat de mensen meewaaien.
Een woord als: ‘leutig’ maakt alles licht,
Van goudgele pintjes en boterbloemvrouwen
Vrede zij met u. Aflaat betalen,
Van geschoren schaapjes en eikenhout.
“Sterfte? Da’s toch gewoon?
Iedereen zal d’r aan moeten geloven
Què dè betrèf.”

Warmte als oude enveloppen,
Naast kille lange I- en L- en K-vormige gebouwen
De È, ò, eu, ao, à.
Die klanken zouden versmelten tot grote
zandstenen rondbogige gotische vroeger gebouwen.
Waar witte vrouwen in lange jurken rond je dansen.
Kom dan bij mij dansen! Dans met mij!

Buiten is het koud, buiten de tong, op de tanden.
De T, je loopt tegen die harde plastic: “T” Keihard.
Dat is p’cies zo’n ding waar je niet omheen kan
Zo hèdde ge da wel met meer dingskes
Dat valt dan vies tegen ja, maar zo gaat het.
P’cies zôn dingske.
Net als de muziek van carnaval.
Hard en draaierig.
D’r is wel iemand die je opvangt,
met een glijbaan van de: ` (‘accent grave’).
Een zachte landing.
Dà ’s altij’.

Beter togen wij ons naar ’t café.
Beter gaan we samen, tegen de kou
In ons pèkske.
Dan lachen we wat,
Knikken we wat,
Begin ik weer over Hamas.
Zeg jij iets als: “Gôh, ja.”
En dan zeg ik: “inderdaad, erg hè?”
Dan zeg jij: “Ja, best, kei erg”
En ik: “mwa, ik begrijp het niet”
En jij: “niet alles is te begrijpen, dènk’.”
Dan rommel ik in de nootjes
En terwijl jij toekijkt
Vinden we daar onze subtekst.

Godvergeten Ironie

Je mag het wel benoemen
Maar je mag het niet zijn

Je mag er wel om lachen
Maar je mag het niet willen

Je mag het wel afgrijselijk vinden
Maar je mag je er niet in verdiepen.

In een café praten heren over politiek.
Er wordt gestampt en gefoeterd
geproest en verloederd.
Maar niemand ziet de poster
op de achtergrond
in oranje, blauw en wit
waar iedereen precies
aan gekluisterd zit.

Zolang je maar
dingen zegt als:
“ze naaien ons toch wel!”
Met een grijns
en met een biertje.
En: “maarja.. ach”
of: “als het maar gezellig is!”

Zolang je dat maar zegt
ben je er tenminste
geen onderdeel van.
Hoef je niet bang te zijn
dat iemand echt
een goede vraag stelt.

Zolang je het parodieert
ben je het niet.