Een vlucht ganzen

Op 30 november was ik gevraagd om een Porcelijntje te schrijven op een dag voor coaches van Defensie in Rijswijk. Deze dag was bedoeld om de interne coaches een beter idee te geven van wat zij anderen kunnen bieden en hoe ze dit kunnen formuleren. Deze dag werd geleid door het bedrijf ‘Human Centered Branding’ met Natasja Draer en Joey Vermijs, die de coaches allerlei opdrachten gaven om hun kunde en kennis beter te leren communiceren.

Vanochtend vloog er een enorme vlucht, of toom, ganzen vlak boven de afslag bij Nootdorp. Ze vlogen in meerdere formaties en ik kon nog net veilig zien hoe twee ganzen zich bij een nieuwe formatie voegden. Een oude of zieke gans raakte steeds verder achterop terwijl de voorste vogels net meer snelheid maakten voor een nieuwe afslag richting het zuiden. Er vlogen wel tweehonderd vogels maar slechts vier of vijf eenheden. Ik kon onmogelijk blijven kijken zonder een ongeluk te veroorzaken, miste bijna de afslag en kwam hier aan.

Dit gebouw is ordentelijk, dat woord komt meteen in mij op. Grijze bakstenen, overzichtelijk ingericht, duidelijke bordjes en hier en daar een medaille of insigne en natuurlijk zo nu en dan een Sloveense militair. Tussen de appeltaart en koffie door kijk ik om mij heen: wow wat is iedereen lang! Dat vind ik wel vaker natuurlijk maar iedereen hier is twee meter lang, ook de vrouwen!
Defensie tot nu toe: lange mensen in een achthoekig gebouw.
Vlak voordat we de zaal in gaan hoor ik een man zeggen: ‘ik sta er nogal tweeslachtig in’, terwijl hij een grote hap appeltaart eet. Dat belooft wat!
Erik Joosten vertelt ons over de groei aan coaches en Natasja en Joey vertellen ons over Branding.
Coaching en Branding. Twee woorden die de afgelopen jaren steeds vaker gebruikt worden en Joey en Natasja laten zien hoe zij zichzelf hebben ‘gebrand’: als respectievelijk een ‘starter, not a finisher’ en als een ‘ja-knikker’ Goed, ja prikkelend en je onthoudt het en dat is de bedoeling.
De voorbeelden die ze in hun presentatie geven zijn razend interessant. Van de kern van waarom je mensen helpt tot en met het beseffen dat wat als exentriek wordt gezien stiekem gewoon ‘jezelf zijn’ is, aldus mevrouw McHughes. Ondertussen probeer ik mijn argwaan jegens het woord ‘coach’ te ontrafelen.

In het proces waar Natasja en Joey ons doorheen helpen zijn we ineens allemaal een Michael Jordan (voortkomend uit een uitspraak van Obama waarin hij vertelt dat Michael Jordan zo goed is in iets dat andere mensen bijv. ‘de Michael Jordan of computer science’ zijn). Iedereen in de zaal moet benoemen waar hij of zij goed in is. Enkelen zeggen: verbinden, confronteren, empowerment, leervragen, out of the box. Vervolgens gaat het over authenticiteit, jezelf-zijn, en tot je eigenheid komen.
Dan ineens besef ik waarom ik de term ‘coach’ niet helemaal vertrouw: het is net als met ‘branding’, ‘authenticiteit’ en ‘out of the box’. Het zijn allemaal woorden die vaak gebruikt worden, modieus zijn en redelijk recent in hun huidige betekenis gebruikt worden maar waarbij ik mij altijd afvraag: wat betékent het?
Ik heb zojuist een huis gekocht en kwam er daardoor achter dat je bij de bank een hypotheek-coach kan krijgen. Er bestaat ook zoiets als een stoppen met roken-coach en een winkel coach en een meditatiecoach. Zo’n hypotheek-coach is natuurlijk niet te vertrouwen. Zo iemand is van de bank, behartigt de belangen van de bank en zal dus vooral die belangen coachen. De bank heeft dat prachtig ‘gebrand’ als: ‘we zijn hier voor ú’. Geniaal natuurlijk!
Kijk, ok, ik begrijp jullie coachingsvorm wel en ik wil ook niet flauw doen. Ook begrijp ik dat er steeds meer behoefte aan interne coaches bij defensie is maar een coach zie ik altijd voor mij as iemand met een fluitje op de nek. Wellicht hebben jullie interne fluitjes.

De termen die genoemd worden als: ‘leervragen’ en ‘in de eigen kracht’ klinken leuk maar ook power-pointy. Ze komen zo uit zo’n associatie-web op een slide uit een cursus. Toch hang ik aan de lippen van Natasja en Joey en daardoor bedenk ik dat het blijkbaar heel belangrijk is hoe je iets zegt. Die twee weten op de een of andere manier bepaalde vragen te stellen, allemaal best ontspannen en nonchie, waardoor je beseft dat niet alles wat je in je hoofd hebt ook overkomt en dat je dat dus naar buiten moet brengen. Jezelf zijn… jezelf zijn.. dat is toch zowel het makkelijkste als het aller moeilijkste om te zijn? Dus geen blad voor de mond nemen, zoals de voorbeelden aan het begin van Anouk, Jules Deelder en de oude excentriekelingen laten zien. Maar wél een blad voor de mond nemen zou dan toch ook jezelf-zijn kunnen betekenen? Authenticiteit is een relatief nieuw concept uit de eind 19e/begin 20e eeuw. Het ‘ware zelf’ wat overblijft nadat al het neppe is afgepeld. De term bestaat vaak als negatieve beschrijving: niet-nep en niet-gekunsteld. Je ziet het tegenwoordig veel bij productbeschrijvingen: ‘échte boerenkaas’ en ‘authentiek en ambachtelijk gebakken brood’ en ‘onbespoten glutenvrije quinoasalade’. Allemaal beschrijvingen die impliceren dat het andere dus niet-authentiek is.
Dan hebben we nog ‘image’: de gecondenseerde gebrande vertaling van dat authentieke zelf. Is dat ‘jezelf’ of is dat ‘jezelf als performance’? Ik vind het razend interessant maar ik vraag het mij gewoon af.
‘Kwetsbaarheid’ is ook zo’n term. Wanneer ben je dat dan? Als je huilt? Als je een geheim vertelt?
Een moeder van een vriendin van mij zei eens, toen we nog kinderen waren: ‘het gaat er niet om hoe je bent, het gaat erom hoe je overkomt.’ Dat heb ik altijd onthouden en ook altijd verdrietig gevonden.
Vandaag gaat over een synthese tussen beide werelden: hoe je bent naar voren halen in hoe je overkomt. Klinkt makkelijk, is het denk ik niet, maar wel zinnig: als een coachee jou wil vinden moet hij of zij weten waarop te zoeken en wat jij als coach biedt.
Je kan ook niet overkomen als niks. De te lange coachomschrijvingen die Natasja aan het begin liet zien komen over als iéts en misschien iets wat je niet bedoelde. Hoe dan ook kunnen we concluderen dat ‘branding’ zelf heel goed aan branding heeft gedaan.

Tijdens de lunchpauze kijk ik om mij heen en wat opvalt zijn de schouders. Bijna alle mannen hebben ontzettend rechte schouders en lopen heel trots en rechtop. Als ze stilstaan zetten ze hun voeten net iets verder uit elkaar dan wij gewone burgers. Ook hebben ze opvallend vaak stevige, doortastende, onderkaken en een beetje vierkante haarlijnen. Niet te missen zijn de leren puntschoenen met veters.
De vrouwen zijn allemaal hartelijk. Dit zijn de meisjes uit het hockeyteam vroeger: zakelijk maar warm en met kleding die lijkt te zeggen: ‘je neemt mij serieus maar je komt ook naar me toe om even te praten.’ Allemaal no-nonsens types.
Tijdens het eten spreek ik Mees. Ik spreek hem aan met ‘u’ en Mees vraagt waarom ik hem u noem. Die vraag had ik nou nooit verwacht van een militair!
Ik zeg: ‘omdat u eh jij mag bepalen of ik u eh jou jij mag noemen. Mees vond dat interessant want dat deden zijn kinderen nooit bij anderen. Misschien zagen ze hem te weinig in uniform?
Mees vertelt dat hij opgeleid is als apotheker, nu als militair werkt voor de patiëntenzorg van defensie en ook coach is. Ik vraag hem of hij nog wat aan zijn basistraining heeft. ‘Natuurlijk!’ zegt een mevrouw naast mij. Mees zegt dat hij nog altijd wat heeft aan de kameraadschap en dat gevoel wat daarbij hoort. Hij vertelt dat het veel verder gaat dan je pak goed aan kunnen trekken en om zeven uur al fris klaar kunnen staan. De man naast Mees zegt dat niemand sterft voor ‘volk en vaderland’ maar wel voor de kameraden, voor de eenheid, voor vrienden. Terwijl we onze broodjes eten stel ik me voor dat we in zo’n hipstercafé zouden zitten waar je die authentieke boerenkaas op oorspronkelijk speltbrood kan eten. De militair als hipster in een verfomfaaid retro-uniform. Dan zouden we met gehaakte blaadjes lekker gecamoufleerd opgesteld onder een duurzame steigerhouten tafel zitten. ‘Even helemaal lekker jezelf zijn’ hoor ik de reclamestem al zeggen.
In elk gesprek dat ik voer valt me op hoe aandachtig jullie zijn, ook naar elkaar. Tijdens de presentaties luistert iedereen en de opdrachten worden serieus uitgevoerd.

Twee mannen aan een statafel zijn aandachtig met elkaar in gesprek. Een pakt zijn why-how-whatpapier op en draait het een paar keer rond. ‘Believe in your dreams, is dat wat?’ vraagt de een. ‘Nee moet wel Nederlands’, zegt de ander. ‘Durf in je dromen te geloven’, zegt de een dan. ‘Jaja’, zegt de ander weer. In de beeldronde kraak ik even een noot met Gaby, die ook weer zo’n opvallend intelligente en aandachtige blik heeft. Ze wil iets met goed-beter-best en iets met puntjes op de i, ontwikkeling en groei en een goed beeld daarvoor. Ze zegt dat ze helemaal niet verwacht dat álle puntjes meteen op de i staan. Dat iemand daar misschien een psycholoog voor nodig heeft maar dat zij uiteindelijk met die puntjes kan helpen. In de salon voeren Oekraïense, Duitse en Nederlandse militairen in uniform een filosofische discussie over de NAVO en over of iets not-classified is of un-classified. Een van hen zegt: ‘it can never be not-classified, it is maybe un-classified, why would we use the words otherwise?’
Later google ik defensie even. Er komen misschien nog bezuinigingen aan en ik kom erachter dat ik te klein ben om ooit nog militair te worden.

Die bezuinigingen snap ik niet. Met ál die spanningen in de wereld zijn wij Nederlanders wellicht wat gewend geraakt aan de veiligheid in ons land. Het gaat dan om hetzelfde argument als die anti-vaccinatiegroep die dan zegt: ‘maar niemand hééft toch polio?!’
Nee precies.. we zijn zo veilig omdat jullie blijkbaar iets goed doen. Mensen die ons veilig houden hebben soms wellicht ook zelf hulp nodig bij iets groots of bij iets kleins. Elk mens heeft vragen of loopt tegen dingen aan. Zoals Natasja, Joey en Disneyprins Erik Joosten zeggen: om een ander te kunnen helpen moet je jezelf kennen, als eenheid maar ook als individu. Dus weg met de bescheidenheid en hier met de tikkie trumpiaanse slogans! Ik heb vanaf nu mijn eigen ondertitel voor de reclamecampagne van defensie. Met jullie priemende open aandacht en concentratie. Als je dan ooit ‘jezelf’ kwijt bent dan schiet Disneyprins Erik op zijn vlucht droneganzen te hulp. Hij is nu al razend populair namelijk.
Defensie: je moet het maar kunnen; met aandacht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>