Een zesje

Op 5 juni 2015 vond het symposium van het Platform ‘Leren van Toetsen’ plaats in de Avanshogeschool te Den Bosch. Ik was gevraagd om een Nicodijkshoorntje te schrijven gedurende de dag. Bezoekers van het symposium waren docenten, beleidsmakers en andere medewerkers van vrijwel alle hogescholen van Nederland.

Bij aanvang zit er een man in het projectiescherm: Diederik Zijderveld. Hij is als the Wizard of Oz, die tegen ons spreekt vanuit het verleden en gedurende de dag in het scherm zal peinzen over wie er moet, een hart of een nieuw stel hersens verdient.
Dan komt de man met ’t beste overhemd van vandaag: Prof. Dr. Filip Dochy. De term ‘competentie’ valt vrij snel.
Ik heb tijdens mij studie nog nooit de term direct gehoord, maar ken hem wel vanuit het HBO en vrienden die daaraan studeerden.
Goed, het gaat om de toetsen. Wat leer je en wat wordt er getoetst?
Van Filip wil ik elke dag wel college. Dan zie je ‘m na afloop in de kantine en dan zegt hij, met z’n Vlaamse tongval: ‘YESS! Goed gedaan, goeie zin!’ en dan Jive-t hij richting ’t volgende college.

Dan komt Susanne Roosen om de discussie aan te wakkeren tussen een groepje studenten en het publiek. Enkele vragen komen langs: Kunnen studenten elkaar beoordelen? En: Waarom nog naar het inzagemoment gaan als je toch al een voldoende hebt gehaald?
Een jongen van de Juridische Hogeschool erkende dat hij toch op een gegeven moment wel weet wat voor soort antwoorden passen bij het soort vragen. Iets merkwaardigs tijdens deze workshop is dat de studenten de vragen op het scherm bediscussiëren, maar hun conclusies vervolgens weer op het projectiescherm verschijnen. Deze slides zijn toch echt van te voren gemaakt.
Is dit niet precies wat jullie niet bedoelen?
Dat de bijdrage van de studenten niet werkelijk meetelt of van invloed is op de volgende stappen en uitkomsten?

Ik raak in het noodgebouw verzeild in het adolescentenbrein bij Kydia Schaap en Noortje Muselaer. Het herhalen van stof blijkt zin te hebben. Hoera!
Maar, het maakt nogal uit of de student ook gelooft dat hij of zij daadwerkelijk kán leren, of dat het nooit meer zal worden dan dit nu.
Daar denk ik even over na en ik betrap mijzelf op de volgende gedachte:
‘Dat is toch de werkelijkheid?’
Later zal je werkgever of opdrachtgever toch ook geen rekening houden met of je wel in jezelf gelooft of niet? Of dat je stiekem, achter de gordijnen van je eigen onzekerheid, wel intelligent bent?
Ook: Hoeveel superintelligente, kritische en zeer zelfstandig denkende mensen heb je nodig in een samenleving?
Het zou geweldig zijn maar enkel dit type persoon in een bedrijf is onwerkbaar. Je hebt altijd een paar volgzame, brave, mensen nodig. Of.. nouja, misschien de hele maatschappij als één groot Googlekantoor. Met glijbanen en alles! Waarom niet.

Oei! Speeddaten is het volgende programmaonderdeel. Iedereen is vooraf op nummer gesorteerd. Ik denk dat de mannen toch wel hopen bij Noortje en Kydia aan tafen te komen, twee knappe blonde dames.
Wat opvalt is dat mensen met brillen bij elkaar zijn gezocht. Kalende mannen bij kalende mannen. Jonge vrouwen bij jonge vrouwen en twee vrouwen met paardenstaart. Toeval?
‘Elkaar iets beter leren kennen.’ Wat nu als er twee ineens heel erg verliefd op elkaar worden? Misschien de twee kalende mannen wel.
Volgend jaar een ‘leren van toetsen’-babyborrel. Maar, ’t is wel het onderwijs dus binnen het thema. Kinderwagens gemaakt van multomappen en op blackboard staat het luierschema.

Buiten spreek ik een man die er economisch uitziet en ook een economisch vak blijkt te geven. Hij heeft iets meegenomen van lezing van Filip Dochy. ‘Hartstikke mooi!’ Zegt ‘ie.
De broodjesrij in de lunchpauze lijkt een beetje op mijn eigen studievoortgang: de weg naar de scriptie maakte mij hongerig en ongeduldig maar toen ik er eenmaal voor stond wist ik niet meer wat ik wilde. ’t Werd kip-kerrie, en de oude Grieken.

Renske de Kleijn weet hier alles van.
Met haar enorme vrolijkheid legt ze even uit waar de term ‘feedback’ nou echt vandaan komt. De spanning die tussen de normen van docenten en die van studenten bestaat. Het beoordelen van afstudeerscripties heeft vaste criteria nodig, maar niet te veel want je wil geen afvinklijst.
Een kritische vrouw in het lokaal is bang dat de lijst niet goedgekeurd wordt als deze te weinig precies is. Aha! Daar zit dus een groot verschil met de universiteit. Mijn scriptiebegeleider zal mij ernstig beoordelen op goed argumentatie en inzicht in de verschillende interpretaties van de literatuur. Een andere begeleider had wellicht de nadruk ergens anders op gelegd.
Ik heb nog nooit een lijstje met normen gezien, misschien toch maar eens vragen.

Precisie: Wat precies is vandaag is een bepaald soort taal. Ergens tussen zakelijk en hip heb ik de volgende woorden en uitspraken geturfd:
-Teamwork
-Shared vision
-Het continu ‘engineeren’ van de eigen aanpak
-What you asses is what you get (best wel erg hoor, deze)
-Reciprocal learning and – teaching
-Time-management
-Mindset
-Flipped learning
-Competentiescan (competentiescan?)
Tussendoor: het geven van complimenten over het ‘zelf’ werken niet, toch blijf ik bij mijn observatie over Filips overhemd.
-De winnaar na het turven: Feedback (en feedforward)

Feedback.
Ik blijf het een moeilijk woord vinden. Ik besef dat dit komt omdat ik uit een andere wereld kom, een waar ik feitelijk wel veel feedback ontvang en geef, maar zo noemt niemand het in de kunst- en filosofiewereld. Dan heet het ‘kritiek’.
Kritiek dus die zowel positief als negatief kan zijn, die hoort bij waar ik mee bezig ben, maar waar ik geen cursus voor heb gehad.
Misschien interpreteer ik de term ‘feedback’ als een eufemisme. Een eufemisme voor ‘negatieve kritiek’. Want als het positief is dan noem je het een compliment.
Een compliment geven/ontvangen is soms moeilijk. Negatieve kritiek geven/ontvangen is altijd moeilijk. Al is het een totaal andere situatie als Renske de Kleijn dit aan mij zou geven. Zij kan het einde der tijden aankondigen als een frisse bries en een leuk compliment.
Misschien dat Diederik Zijderveld aka The Wizard of Oz ons nog een voorspelling kan doen vanuit zijn scherm. De Wizard zou geen moed hoeven uitdelen, want dat hebben jullie al. Geen hart, want dat is bij jullie al groot. Als hij Dorothy (jullie) dan vraagt wat jullie willen, en jullie zeggen: ‘Home, there’s no place like home’, dan springt prof. Dochy op en zegt: ‘Kom mee! Afterparty met cocktails in mijn zwembad in de tuin!’
Maar pas op! De feedback van de onderkant van het zwembad kan hard aankomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>