Herfstangst

Herfst,
Wil je alsjeblieft nog even wachten?
Nog even niet de truien in
Nog even niet de vachten aan
Nog even geen verpulveren van bladeren
Nog even niet de kachelpijp
Nog even het laagje los.

Laat de stad nog éven zien,
Houd haar sluier op,
Al wordt ’t zwaarder.

Herfst,
Geef mij nog één keer een peepshow.
Laat mij de dakpannen nog één keer roder zien.
Laat mij de grijze stenen nog één keer als zandsteen zien
en laat mij denken dat de huizen onvolledige piramides zijn.

Nog even geen chocoliedjes kerstcd’s.
Rillingen naakte bomen en natte laagjes
Druppels van mijn oren.
Koude winterlucht
die mijn hersenpan in tweeën snijdt
tot één knusse kopjes thee onder een dekentje, en één kersthatende.
Ik zet mijn rendieroren vast op.

Herfst,
Laat mij nog even niet veranderen,
Laat mij nog even geen herhaling zien
Van: “Ouwe koek en net als vorig jaar en zie je wel dacht ik al.”
Van: “Dat zei ik vroeger al, het ligt aan de rest aan de anderen
Het is de schuld van de buitenwereld, ik heb altijd gelijk en de rest verandert.”

Laat mij nog even alles zien alsof het nieuw is, dat er nog geen naam voor is.
Laat mij nog even bedenken hoe het moet heten.
Laat mij nog even niet die oude man worden die alles al benoemd heeft.

Wil je alsjeblieft nog even wachten?
Ik wacht dan met je mee dan turen we samen naar de wereld.
En noemen we alles oneindig vaak omdat we nog niks kennen.
Omdat we nog even niet binnen hoeven te zijn.
Omdat we nog even niet elk jaar hetzelfde ritueel.
Omdat we nog even geen grijsheid zien
Omdat we alle kleuren kunnen bedenken.
We kunnen alles bekijken, als jij ons de kleuren teruggeeft.
Nog even geen dikke sokken zelfde verhalen weer die éne oom.
Nog even niet koud nog even geen oude gedachten herinneringen.
Nog even niet?

Een gedachte over “Herfstangst

  1. ad haans

    Een aardig gedicht, dat sterk aan Judith Herzberg doet denken, aan ‘Reispijn’ uit de bundel ‘Botshol’ om precies te zijn. Ook daar sprak het lyrisch subject een imaginaire persoon aan op een wat smekende toon. In Reispijn ging het om de angsten, opgewekt door het oorlogstrauma, hier in ‘Herfstangst’ gaat het om pure levensangst, angst voor verval en ondergang, voor ouderdom en voor de treurnis van de ‘ewige Wiederkehr’. Het lyrisch subject smeekt om jeugd en nieuwheid en haat herhaling en alles al weten. Het lyrisch subject wil wachten, beschouwen, nog niets weten, nog niet ‘geslaagd’ zijn. Het wil kleuren zien en geen grijs, het wil jong en onwetend blijven. Kortom, een ontroerend gedicht.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>