Mijn eerste boek over woordjes

Op 19 september 2016 was ik gevraagd om een porcelijntje te schrijven tijdens een symposium over laaggeletterdheid (is dus niet analfabetisme) in de bibliotheek van Boekel. Er spraken experts over cijfers en methodes om laaggeletterdheid te bestrijden. Ook sprak een mevrouw die zelf ooit laaggeletterd was: Ria. Zij vertelde over de cursussen die ze had gekregen en over hoe ze haar ‘handicap’ al die jaren verborgen heeft weten te houden.

Afgelopen dagen dacht ik regelmatig na over laaggeletterdheid. Telkens stelde ik mezelf deze vraag: wat mis je allemaal als je laaggeletterd bent?
Wat krijg je niet mee en hoe anders is die wereld dan die van mij? Eerst dacht ik aan de voor de hand liggende zaken: de krant of een boek lezen, een brief of e-mail van je energieleverancier. Het aanpassen van je abonnementen, gebruiksaanwijzingen en bijsluiters. Verkeersborden. Ook: spelletjes met je kinderen, je kleinkinderen voorlezen. De ondertiteling van een film. Verder bedacht ik no enkele zaken waarbij iemand waarschijnlijk een hele goede smoes moet bedenken: een kruiswoordpuzzel waar iemand een antwoord voor vraagt: ‘5 letters, eindigt op een M!’ Of zelfs iets sufs als een naambordje op een bijeenkomst.
Hoe meer ik dat mij probeerde voor te stellen, des te kleiner bleek die wereld te zijn. Je kan over zo ontzettend veel dingen niet meepraten. Je kan niks controleren bijvoorbeeld en daardoor kun je geen ‘papieren studie’ volgen, want hoe zoek je uit of die ene uitspraak klopt en wat de bron is?
Je weet natuurlijk ook niet wat je niet weet. Als je man of kinderen er niet zijn ben je dus relatief opgesloten in jezelf. Hoe eenzaam!

Als Ria vertelt ben ik diep onder de indruk. Haar handigheid in het verstoppen van de laaggeletterdheid: ‘Wat neem jij? O doe mij dat ook maar!’
Haar doorzettingsvermogen, het plezier in haar ogen als ze spreekt over lezen en leren.
Door de voorbeelden van Deniz, die methoden ontwikkeld om dit alles te bestrijden, besef ik nog meer dan anders: taal beheers je.
Met taal kun je je diepste gedachten aan een ander laten horen. Als iemand lager-geletterd is stel ik mij zo voor dat de verbale vocabulaire ook iets achter zal blijven. Als je nieuwe woorden niet kan lezen en zelfs niet op kan zoeken dan leer je ze ook niet.
Als iemand die van taal en schrijven haar beroep probeert te maken blijft het verbijsterend en ook haast een bron van gêne.
Ik besef ineens dat ik zó tekstgericht ben dat ik soms, als ik spreek, meeschrijf in mijn hoofd.
Soms als een ouderwetse typmachine of computer, andere keren weer als met een pen. Ik zie de woorden op papier.
Ook hoe een woord eruit ziet is onderdeel van de taal. Een ‘schop’ voelt anders dan een ‘fiets’ en voor mij, en sommigen van jullie waarschijnlijk ook, doet ‘ik wordt’ haast pijn.
Als je de taal niet beheerst dan vermijd je de taal ook, zo is vanavond verteld.
Zouden laaggeletterden lievelingswoorden hebben of lievelingsklanken? Als je niet goed leest proef je de taal wellicht anders. Een stoel is dan geen stoel met een s t o e en l, maar natuurlijk iets waar je gewoon op zit. Misschien is ‘stoel’ dan ook iets met klanken. Klanken die niet persé geschreven zijn maar gesproken worden en tegen de tanden en tong gevoeld. Zou een stoel vervolgens ook anders zitten?

Ik probeer me voor te stellen hoe het is om niet goed te kunnen lezen en Denis toont ons een ambtelijke tekst met witjes om die ervaring te kunnen benaderen. Het lijkt nog het meeste op het lezen van een taal die niets met het Nederlands te maken heeft: Hongaars bijvoorbeeld, geen touw aan vast te knopen omdat geen enkel woord lijkt op iets dat je kent in het Nederlands of het Engels. Aan de andere kant.. dan benader je de taal al als iemand die een taal beheerst. Je kan geen andere taal leren als je niet vanaf een taal begint. Kunnen wij ons nog herinneren dat we geen Engels verstonden? We weten misschien nog wel dat dit zo was, maar echt voorstellen wordt moeilijk. Dat is precies wat Ria antwoordde toen iemand haar vroeg wanneer ze precies wél kon lezen. Ria zei: dat kan ik niet zeggen, het ging geleidelijk. Niet vreemd natuurlijk: alsof wij op een dag konden praten? Pats! Hoi!

De meneer die de gemeente vertegenwoordigt wil graag dat de cijfers wel helder en duidelijk zijn. Dat willen alle meneren van alle gemeenten. Hij heeft natuurlijk een punt als het om Huize Padua gaat (soort re-integratiehuis ken ik omdat mijn ex uit Gemert komt). Echter.. ja ze wonen er nu eenmaal en hebben een hogere risicofactor. In grote steden staan gevangenissen, dat is het vermelden waard als het gaat om strafblad-statistieken. Risicofactoren en absolute cijfers, het kan een heftige combinatie zijn voor sommigen.

In de pauze loop ik even door deze knusse bieb. Overzichtelijk en vrolijk.
Ik zou hier graag komen! Wie wordt er nou niet gelukkig van een bieb met nog een heuse vragen/suggesties/ideeënbus? Geweldig!
Hier zou ik elke zaterdagmiddag komen en dan zou ik wachten op Ria, die heeft gezegd dat ze nu niet op kan houden met leren. Samen zouden we dan lachen om de gedichten van Annie MG Schmidt en zou ik opmerken dat Ria zelf een personage zou kunnen zijn. Deniz zou ook langskomen en de gemeentemeneer, met zijn gemeentestropdas. Uiteindelijk zou Ria de hele bibliotheek aan ons uitleggen.
Ik hoop dat het jullie gaat lukken voor aan de laaggeletterden in deze wereld een bieb, een wereld aan sprookjes, kennis en grappen, open te breken. Zodat we die allemaal beter kunnen leren kennen en lezen, en leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>