Toekomst van de dorpsbieb

Op zaterdag 9 april 2016 schreef ik een Porcelijntje bij het symposium ‘De Toekomst van de dorpsbibliotheek’ te Heeze. Job Cohen was de dagvoorzitter en de Dag was georganiseerd om te inventariseren wat de rol van een dorpsbibliotheek in de toekomst zou kunnen zijn. De tijden veranderen en wat wordt dan de hoofdfunctie van een bieb?

Is er nog een toekomst voor de dorpsbieb? Zo ja, hoe dan?
Dat is dé vraag van de dag.
Terwijl ik in de broodjesfile sta bedenk ik dat deze dag, als er geen toekomst voor de dorpsbieb zou zijn, alleen georganiseerd is om Job Cohen een banaan te zien eten? De zaal waarin het symposium plaatsvindt kan omgebouwd worden tot theaterzaal dus performancekunst met Job zou prima kunnen. Minder avant-gardistisch staat oud-voetbalinternational Hans van Breukelen in het leven. Op zijn naamkaartje staat ook: coach. Dat zijn toch héle vooruitstrevende jongens? Misschien is hij dat ook wel maar hij begint met vier gouwe ouwe uitspraken:
1: Brabanders zijn de types van handen uit de mouwen.
2: Vroeger deed men de dingen nog op gevoel.
3: We worden steeds individualistischer met z’n allen.
4: Er is een groeiende kloof tussen laag- en hoogopgeleid.

Omdat het publiek van dit symposium allemaal nog wél naar een dorpsbieb heeft gekund weten zij dat dit heus waarheden zijn, maar ook cliché’s.
Misschien ontpopt Hans van Breukelen zich gedurende de dag nog wel als de Johan Cruijff van dit symposium. Z’n boektitel past al best: ‘Winnen is een keuze’.
Job Cohen vertelt over de agora; de marktplaats. De Bibliotheek als plek waar men elkaar ontmoet, de ideale woonkamer waar de laaggeletterdheid verholpen wordt, ouderen gezelschap gehouden, jongeren opgeleid en kunsten uitgevoerd. Is dat juist wel of niet van deze tijd? Ouderen vereenzamen, jongeren googelen en niemand heeft geld.
Want, alhoewel het verhaal van Hans Hooft heel veel goede punten bevatte viel mij toch het veelvuldig gebruik van de woorden ‘vrijwilliger’ en ‘efficiency’ op en in de pauze hoorde ik een groepje mannen met grijs haar, bril en lichtblauw overhemd spreken over ‘financiële overwegingen’. Het gaat dus, hoe vervelend ook, toch om geld of een tekort daaraan.

Wat je niet kent mis je niet, hoor ik Hans van Breukelen in mijn hoofd zeggen.
Ineens bekruipt mij het nare gevoel van een circulair toekomstbeeld:
Als er geen geld is om jongeren naar de bieb te trekken, om hen de concentratie en kennis op te laten doen die nodig is om kritische burgers te worden en geduld te ontwikkelen om een boek uit te lezen, dan zullen zij en vooral ook hun kinderen niet naar de bieb gaan. Dan ontwikkelen ze de liefde voor geschiedenis en literatuur niet, en dus zullen ze waarschijnlijk ook geen schrijver worden om vervolgens een boek te schrijven dat weer in de bieb komt te liggen, of een toneelstuk te schrijven dat uitgevoerd wordt in theaters. Als je het niet leert zal het ook niet leven, hoor ik Hans van Breukelen weer in mijn hoofd zeggen.
Overigens.. vrijwilligers kunnen alleen vrijwilligers zijn als zij genoeg geld hebben om die tijd te investeren. Het klinkt leuk, maar het geld is verlegd.
Ik weet het wel, andere leervormen en cultuurvormen genoeg. Vlogs, sociale media, ik maak er zelf heel veel gebruik van en ik ben er toch ook mee opgegroeid, maar ergens ben ik ouderwets en stiekem al 50.
Ik geloof toch dat je een redelijke hoeveelheid kennis moet bezitten om makkelijk nieuwe kennis op te doen en vooral: om te kunnen associëren. Je moet, zeker in een bieb, toch weten wáár je moet zoeken. Een verband leggen dat er nog niet is, hoe doe je dat als je a en b niet echt kent?

Ik ging ik mijn lagereschooltijd het meeste naar de bieb, in Amsterdam, de OBA, daar leende ik vele boeken.
Die geruststellende sfeer, de krantjes en alles wat je nog niet hebt gelezen en alles wat je nog niet weet in al die kasten! De geur van oude boeken, dat je ziet hoe oud ideeën zijn.
Tijdens mijn middelbareschooltijd was Job Cohen burgemeester van Amsterdam en bij hem heb ik nog altijd dat geruststellende gevoel. Als Job zegt dat iets goed komt dan is dat zo. Hij mag van mij tot vanavond laat vertellen over de oude Grieken. Dan zouden we lang discussiëren over of die democratie in het oude Griekenland niet eerder een oligarchie of aristocratie was gezien alleen de rijke vrije mannen een burger konden worden.
Datzelfde geruststellende herken ik in de liefde voor kaartenbakjes van Paul Cornelissen. De beelden die hij liet zien uit Roemenië zijn heerlijk: een rommelige en wat benauwde bieb waar je kan snuffelen, struinen en mijmeren. Paul heeft gelijk: laat de wethouder maar nadenken over het geld, daar is hij of zij voor en hopelijk ook goed in. Paul moet kunnen bedenken en om te bedenken moet je mijmeren en om te mijmeren moet je iets hebben om over te mijmeren.

Terwijl ik even mijmer denk ik aan de boektitel van Hans van Breukelen: Winnen is een keuze. Het gaat hier overduidelijk om iemand met een volledig andere levensinstelling dan ik. Alleen een echte optimist bedenkt zo’n titel! Winnen is een keuze…
Ik ben geloof ik eerder het type van: definieer ‘winnen’ en ‘keuze’..?
Ik ben ook erg slecht in voetballen dus dat zou er mee te maken kunnen hebben, ik kan nog een hele hoop van de man leren.
Overigens heb ik de regels van het voetbal grotendeels geleerd door het liedje ‘de voetbalmatch’ van Louis Davids. Die heeft mij laten ontsnappen aan vele voetbalgesprekken.

Hoe gaan komende generaties ontsnappen zoals Paul heeft gedaan?
De wereld is groter geworden, zelfs voor jongeren uit Nuenen, maar ontsnappen is weer een tweede.
Lezen is je tegelijk helemaal afsluiten en openstellen. Je moet ergens induiken om helemaal meegenomen te kunnen worden. Daarbij is het verschil met film of beeld dat je het voorstellingsvermogen gebruikt en ontwikkelt. Je geeft zelf vorm aan het verhaal.
Hoe vorm te geven aan het biebverhaal?
Terwijl ik de vorige zin schrijf komt er een oudere dame naast me zitten aan de leestafel. Ze gaat zitten alsof het haar eigen woonkamer is. Die knusheid heeft deze bieb, de kaartenbakjes zonder de kaartenbakjes.
De agora van Job Cohen; een ontmoetingshuis, de woonkamer van een dorp of buurt. Maar als je wil dat de kinderen in die woonkamer hun ontwikkel-huiswerk komen maken dan zal je wat strenge ooms en tantes moeten hebben die daarop toezien. Wellicht de ouderen?

Als dat niet lukt regelen we gewoon een performanceavond in het Jan van Besouw waar Job Cohen drie bananen op het toneel eet en ons geruststellend toe-mijmert dat het allemaal goed komt. Levert vast bakken met geld op!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>