Zoek Licht of Zoeklicht

Op 12 februari 2015 vond de opening van de tentoonstelling Zoeklicht plaats, een tentoonstelling samengesteld uit werk van de Fontys Collectie, waarvan het depot in Den Bosch zit. De tentoonstelling is geheel samengesteld door vijf laatstejaarsstudenten van de Fontys Academie voor Beeldende Vorming te Tilburg. Ik was gevraagd om hun tentoonstelling te openen met een voordracht. De tentoonstelling zal door het land reizen en nog enkele maanden te zien zijn. Dit is het essay dat ik voor die dag heb geschreven.

Dus ik open de tentoonstelling: bij deze. Zo, ik heb het abstracte lint doorgeknipt, een zware taak voor een lichte tentoonstelling. Het lint in de tentoonstelling is gespannen tussen een stip van Har Sanders, in ‘Een vrolijke bui’ en een stip in ‘Triangles’ van Paul Panhuysen, just connect the dots.. Maar wat zit er tussen de stippen, wat is de connectie tussen de ene en de andere stip? Het thema van de tentoonstelling is Zoeklicht, of Zoek Licht. Dus vandaag zit het licht tussen de stippen: wij schijnen licht op iets of het licht schijnt ons toe. De studenten die deze tentoonstelling hebben samengesteld hebben precies dit gedaan, zij hebben licht als thema, als bron, gekozen en laten ons dit licht zien door middel van de werken die ons toeschijnen, en ook het licht dat in die werken zit schijnt ons toe. Terwijl ik langs elk werk loop vraag ik mij af of ik een tentoonstelling als een geheel moet zien of als losse onderdelen met samenhang. Niets in een tentoonstelling is toevallig, er is geen objectieve manier van een werk tonen, de werken in de buurt van een ander werk beïnvloeden hoe ik kijk en een witte muur of verder lege ruimte is een keuze. Een van de eerste dingen die mij opviel was hoe tachtiger jaren de tentoonstelling is. Eerst had ik daar een verhaal bij bedacht over dat mijn leeftijdsgroep uitsluitend uit hipsters bestaat die hunkeren naar de tijd vlak voor en tijdens hun geboorte, inclusief enorme 80s feestjes met synthesizermuziek. Niets bleek minder waar: het depot is nu eenmaal ergens daarna grotendeels opgehouden met aankopen, kan gebeuren. Ik vond de verklaring ook wel jammer want het deed mij denken aan de hoekige inrichtingen van de huizen van mijn ooms en tantes vroeger. Echter, de tentoonstelling is hierdoor wel een soort strook van zo’n zandlagenpaal die ze in de grond duwen en waar je dan onderaan de schelpjes vindt uit de steentijd. De strook is een zorgvuldig samengestelde, uit een tijd waarin bijna alles kon, men nog snel een economische crisis doorkwam, iedereen een pak droeg en de garnalencocktail ontstond die velen nog altijd tijdens kerst moeten doorstaan. Het was, achteraf gezien, een lichte tijd vergeleken bij nu, zeker voor kunstenaars.
Wij zijn de eerste generatie die een moeizamere carrière zal krijgen dan onze ouders, dus wat moeten wij daarmee? Ik heb, tijdens mijn opleiding, nog net meegemaakt dat fondsen wilden dat alles vernieuwend was of multicultureel. De fondsen hebben nu minder geld dus daarmee is dat gezeur ook opgelost, maar wat moeten we met deze tijd waarin we beticht worden van te weinig originaliteit, te weinig strijdlust en teveel relativisme? Ik denk dat ook dit relativeren de beste oplossing is, en dan vooral de manier waarop er door generaties boven ons naar de geschiedenis wordt gekeken.
Vaak praten mensen graag over kunstenaars of denkers die hun ‘tijd ver voorbij waren’, en ‘uniek’, en meestal klopt dit helemaal niet. Of mensen nu spreken over Leonardo DaVinci, Immanuel Kant, Michelangelo of Mondriaan, je kunt altijd goed traceren hoe de tijd waarin zij leefden en hun, soms vrij onbekende, voorgangers de omstandigheden creëerden waarin zij konden floreren. De Verlichting was er ook niet ineens van de een op de andere dag, de Franse Revolutie was minder verlicht dan in de films en veel ideeën over hoe geweldig en bevrijdend de Verlichting was bestaat bij de gratie van een, voor die tijd, vrij precieze framing van de Middeleeuwen, die nadien niet voor niets en gedeeltelijk onterecht de ‘Dark Ages’ genoemd worden. Om iets te noemen: vaak wordt er gedaan alsof theologische kritiek onmogelijk was en iedereen dacht dat de wereld plat was. Men wist toen al een tijd dat de wereld niet plat was en filosoof/theoloog Thomas van Aquino heeft redelijk controversiële teksten geschreven en hij werd betaald en gewaardeerd door de Kerk. Veel oudere zuurpruimen hebben nog een idee dat de mensheid werkelijk ergens op afstevent, alsof er een eindpunt is en de mens een symbool daarvan, veroorzaakt door een interessante combinatie van kerkelijke opvoeding en net niet begrepen Darwinisme, wat op een oorspronkelijke willekeurigheid gestoeld is, niet op de mens als neusje van de zalm der evolutie.

Vroeger was helemaal niet persé beter en het is onmogelijk dat iedereen daadwerkelijk een opa heeft die in het verzet heeft gezeten.
Zo worden wel meer zaken uit de geschiedenis verheerlijkt vooral om deze tijd de grond in te boren. Door een vertroebeld beeld van wat vernieuwing inhoudt wordt het predicaat vernieuwend in deze tijd lijmloos gesproken, en zal het nergens op blijven plakken. Dus hoe zal, ondanks dat alles, de zandlaag-dwarsdoorsnede van onze tijd eruit zien als er over dertig jaar weer een tentoonstelling wordt gemaakt met werk van uitsluitend deze jaren? Zou het werkelijk een collage aan Vines zijn (hele korte filmpjes, is een app) waarin meisjes, in bloemenjurken van hun moeder, een time-laps hebben gemaakt van hoe hun ijsje lekt? Of een Snapchatverzameling van harige mannen met hun lul uit hun broek? Egodocumenten waarin het verzetsverleden van opa wordt opgerakeld? Coming-of-age performances waarin een jongen in David Bowie-kleding zijn eigen onvindbaarheid danst in een decor gemaakt van Ritalinpillen? Nee, dat zou te cynisch zijn en iets waar de ouwe zuurpruimen bang voor zijn, ware het niet dat ze niet weten wat Vine is en ook niet dat dit alweer passé is ongeveer.
Nee. Manus, een van de projectleiders van de tentoonstelling, gaf het antwoord: Zombie Formalism. Volgens Manus zou dat deze tijd samenvatten. Ik had wederom een heel verhaal bedacht bij de term, iets met hernieuwde angst voor de dood die ik ook in zombieseries denk te bespeuren, maar hier had het niets mee te maken. Er is maar een klein aantal artikelen te vinden over dit onderwerp en de definitie verschilt nogal, vooral afhankelijk van de smaak van de schrijvers, maar het is zoiets als dit: Een meta-kritische reductionistische schilderstroming die teruggrijpt op het minimalisme en action painting, ermee wil zeggen dat de uitspraak ‘schilderen is dood’-dood is, vandaar de term Zombie, er tegelijk commentaar op geeft en onmiddellijk beticht wordt van precies te zijn waar ze op afgeven (de glitz van een Jef Koons) en ook teveel inschikken in de telefoonfoto-cultuur en de happige geldwolven die opzoek zijn naar iets wat nét hip genoeg is maar ook decoratief op een zelfbewuste manier. Kortom.. er wordt veel van gevonden. Het interessante is dat de critici denken dat je creativiteit oproept door te zeggen dat iets niet creatief is, en het te vergelijken met voorgaande werken. Je krijgt niet iets nieuws door te roepen dat dit hier niet nieuw is. Zowel de ‘moderne’ critici als de ouwe zuurpruimen vergelijken denk ik teveel met vroeger. Hoewel je natuurlijk als kunstenaar goede kennis moet bezitten van de traditie kun je niets anders doen dan er doorheen gaan, ook als dat een teruggrijpen op het voorgaande betekent, alleen zo kom je door je ideeën heen, je kunt er niet op- of afstappen zomaar op een moment.
Enkele dagen geleden heeft Freek de Jonge onze generatie even afgezeken, zoiets komt van hem niet als een verrassing natuurlijk. Hij vindt ons relativistisch en ironisch en weer door die ironie relativistisch. Misschien heeft hij gelijk, maar wat hij niet snapt is dat wij niet ineens anders kunnen worden, wat hij zou willen, want dan zouden we bevelen opvolgen. Hij snapt ook niet dat wij, ondanks onze retro/vintage-honger, helemaal niet willen dat het net als vroeger is. Willen wij in een oorlog strijden om daar grote sterke jongens van te worden? Willen wij een hongerwinter overleven om goede moraal en een goed arbeidsethos te winnen? Ik spreek voor mijzelf als ik zeg dat ik heel blij ben dat we dit niet meemaken en ik wil er dan ook vanaf nu niet meer mee vergeleken worden. De oude moraal hoort bij vroeger, nu is nu. Het enige wat we kunnen doen is maken, gewoonweg heel stom en simpel en ontzettend moeilijk iets maken. Maak wat je zelf wíl, iets anders slaat nergens op. Zet twee stippen op het doek of op papier of op een scherm.
De ene stip is het begin van de tijd, de andere stip het einde van de tijd. Wellicht zijn ze één en dezelfde stip, er is maar één manier om daar achter te komen: just connect the dots!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>