Bijgeloof

10003263_10152056460792569_1495551804_n

Kijk voor meer info: festivalcement.nl

Door Theaterfestival Cement ben ik gevraagd om als een writer in residence elke dag een tekst te schrijven over het festival en de voorstellingen. Het festival vindt plaats van 26 t/m 29 maart in en rond de Verkadefabriek te Den Bosch. De teksten zijn ‘Nico Dijkshoorntjes’, op de avond zelf geschreven en in hoog tempo. Ik dwaal rond als spion en festivalbezoeker, niets en niemand is veilig voor mijn pen, ikzelf nog het minst.
De vier schrijfdagen heb ik voor mijzelf opgedeeld in vier thema’s en vragen:
1. Wat voor mensen trekt Cement aan?
2. Hoe staat ’t met het theater?
3. Wat zijn de gedrags- en theatercodes en waarom?
4. Wat is festival Cement?

29-03-2014 Cement 4. Wat is festival Cement?

Ik begon de dag met een documentaire over de doodstraf en een kop koffie.
Daarna stond iedereen stil aan de linkerkant van de roltrap in Den Bosch, dat krijg je ervan.
Ik ben bijgelovig, geloof meteen dat dit de rest van mijn dag zal beïnvloeden. Dat een auto mij zal aanrijden, als straf voor mijn haast en slechte gedachten over die stomme, luie links op de roltrap stilstaan-mensen die daar maar staan uit te rusten. Ai nee, nu krijg ik nog een straf, kan ik vanavond niet slapen, zal je zien!

Ik denk vaak na over of ik wel iemand ben of dat ik mij verzin of dat iemand anders mij verzint. Stel dat ik besta, kan ik dan die IK, die de hele dag nadenkt ooit nog uitzetten? Ik ben altijd maar ik en nooit eens iemand anders. Heel misschien werd ik eventjes Nina Willems, zonder dat ik haar lichaam werd. Nina Willems, in haar: ‘Hier Ik, work in progress’, is als een papieren stop-motion poppetje dat mij in het eerste persoonsperpectief wil trekken. ‘Je merkt pas hoe je bewustzijn werkt als er iets misgaat’, zegt Nina. Nog nooit heeft iemand zo intens de mouwen opgevouwen als Nina. Ineens vouwen mijn mouwen zichzelf op en kalmeert mijn sneltrein aan gedachten in mijn hoofd. Even ben ik niemand meer.
De afgelopen vier dagen was ik twee mensen: theatermeisje met een leuk jurkje, enkellaarsjes en in de war-haar, en schrijvende einzelgänger die in een onzichtbare kubus observeert en immuun is. Als ik als theatermaker kijk dan bekruipen mij de tweedehands zenuwen en voel ik de druk om goed te presteren als fronsende programmeurs jouw voorstelling nog éven meepikken als vierde op een rij. Als ik als schrijver door het festival struin dan permitteer ik mij meer, neem ik een neutralere houding aan en praat ik minder. Ik kijk dan zoveel mogelijk als gewoon publiek, maar dan met een pen. Deze twee personen, de twee petten die ik opzet, zijn heel anders. De eerste is onzeker en lichamelijk invoelend, de tweede harder, meer in het hoofd levend en in hoog tempo fantaserend zonder dat ik het anders uit dan in schrift in mijn zwarte boekje. Na de voorstelling van Nina Willems zijn de mede-makers in de zaal kritisch tijdens het nagesprek. Daar word ik gelukkig van en het doet mij, op z’n ouderwets, deugd.
Dat ze hun kloten uit hun broek halen, eerlijk zijn en zonder schroom of bijbedoelingen een gefundeerde mening durven formuleren. Het stelt mij gerust dat er geen vriendjespolitiek wordt bedreven en geen dubbele agenda’s worden gehanteerd. Van dubbele agenda’s word ik zwaarmoedig. In Suze Millius’ voorstelling ‘Moeder en Kind’ zegt de moeder: “Ik word zo zwaarmoedig van nadenken!”, en ik ook. Zwaarmoediger word ik echter van vriendjespolitiek, ben niet zo goed in vrienden maken.
Hier, op dit festival ken ik veel mensen en ze lijken me te mogen. Dat verlicht iets van de donkerbruine wolk die bovenaan de roltrap hangt, op mij wacht en mij vangt als ik te laat boven ben door die mensen die altijd stilstaan aan de linkerkant. Nu heb ik nog minder karmapunten, morgen slecht weer dus. Zie: als schrijver ben ik bijgeloviger, maar in het theater is ook veel bijgeloof. Dat is mooi, tenminste een geloof al is het voor erbij. De moeder in ‘Moeder en Kind’ van Suze zegt ‘dat ze tenminste iets is geworden, ze heeft het ver geschopt’. Wie van de makers op dit festival zouden het ver schoppen? Ik denk best veel. Ze zijn brutaal, vertellen iets en durven ook om niet te pleasen. Opzoek naar hun eigen stijl, opzoek naar de realiteit en opzoek naar hun IK. Iets van jezelf maken in deze, op cultuur neerkijkende, tijd is niet makkelijk en behoeft ballen. Van binnen ben je als maker altijd onzeker, zelfs als je een hipstersnor hebt, en hier mag je nog eventjes uitproberen.
Ik hoop dat jullie, en ik, de onzekerheid kunnen overwinnen; die donkere wolk bovenaan de trap, en dat we ons weerbaar en onverwoestbaar en slim tonen tegen de cultuurhaters. Dat we hun ideeën niet langer als parasieten laten vreten aan de geesten van Nederland. Het moet kunnen!
Op dit festival heb ik mij de afgelopen vier dagen door vele perspectieven heen laten glijden. Ik heb vrij kunnen nadenken en kunnen praten en schrijven en jullie hebben vrij kunnen bedenken, maken en spelen.
Hier is een familie aan het werk, met liefde en fuck-it-attitude. Die vrijheid is waardevol. Als je haar niet meer hebt, als er iets mis is, merk je pas dat je haar had en wat ze betekende. Het verliezen van die vrijheid is de ergste doodstraf denkbaar. Hier heerst vrijheid en kleur, een kleur om de donkerte en negativiteit in te kleuren met mijn lievelingskleur: rood.

Dankjewel Festival Cement, je bent mooi.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.