Funeraire Academie

Door de Funeraire Academie ben ik gevraagd om voor en tijdens hun Expertmeeting teksten te schrijven op basis van hun thema. Het symposium had als thema: ‘Fundamenten van Ritueel: Taal, Handelen, Ruimte en Tijd’ en vond plaats in het Crematorium Tilburg op 18 september 2014 waar een nieuwe aula geopend werd. De Funeraire Academie is een organisatie waar de praktijk (Uitvaartondernemers en ritueelbegeleiders) en theorie (hoogleraren religiewetenschappen en Het Nederlands Uitvaartmuseum) elkaar ontmoeten, zij doen onderzoek en denken na over de ontwikkelingen binnen de uitvaartindustrie.
Ik heb de eerste twee gedichten van te voren geschreven, de laatste tekst in dit rijtje is het Nico Dijkshoortje van die dag.

Kleine doodsangst

Als ik dood ben,
ga ik niet naar gene zijde,
ik blijf keurig op mijn plaats.
In nette jurk gehesen blijf ik liggen
en verroer geen vin.
Geen andere kant
Geen overgang
Geen: ‘Deze is voor jou, Es!’
Alleen mijn ene gezichtsuitdrukking
met een twijfelachtige schouderophaal: ‘Meh.’
Mijn voeten, in schone witte sokken,
rusten op een blokje, mijn bed thuis blijft leeg.
De rundervinken blijven onaangeroerd
op mijn gaspitje staan.
De planten op mijn vensterbank
zijn de enigen die veranderen.
Geen grote woorden
Geen verborgen anekdotes
Vooral geen stoffige meneer
die iets zegt over hoe ik naar een goede plek ga,
hoe mooi en betekenisvol dat allemaal is
want daar is dan niets van waar.
Ik blijf.

Verwarder door Yarden

De mevrouw in een Yardenpak
Somt op wat hem zo bijzonder maakte.
Zijn broer vertelt een herinnering
van toen hij vier was en nog de kleine broer.
Zijn vrouw draagt een gedicht voor
gevuld met metaforen.
De mevrouw in een Yardenpak
schuift haar Yardenspeldje recht.
Een jeugdvriend vertelt over die
ene keer met die rare buurman.
Zijn baas vertelt over een gat
waar men nu in valt.
De mevrouw in een Yardenpak zegt
dat het jammer is dat ze hem nooit heeft gekend.
Ik denk dat je zo nooit geweest bent.
Ik ken die verhalen niet
van die bal toen op dat dak,
of van de innige gesprekken vroeger
om half vier s ‘nachts.
Nooit was ik je broer, zus of echtgenote
zelfs niet je beste vriend.
Nooit was ík daar toen je die hele
belangrijke keuze maakte in je studententijd..
of bij je huwelijk.
Je was er gewoon, je was mij zeer dichtbij.
Nu ga je de oven in.
Jij warm, ik verkleum, ook hier word ik buitengesloten.
Ik ga naar de wc met een Yardenbordje op de deur,
drink koffie met een Yardenlogo
twee slokjes diep in ’t kopje verstopt.
Zoals je voor mij bent in herinnering:
De vrolijke baard met vrije geest,
verf op de blouse en in gedachten,
zo word je daar niet weggerold,
op het railsje, de vlammen in.
Nog net spelt het vuur geen ‘Yarden’. Poef!

Over de doden niets dan koffie

Ik pak een kopje koffie van het dienblad en denk:
‘Als ik er ben is de dood er niet, als de dood er is ben ik er niet.’
Epicurus had het goed bekeken, het is de bezwerende zin die hem zo beroemd heeft gemaakt. Het lijkt een cliché, maar op mij heeft de uitspraak nooit een lege indruk gemaakt, hij blijft mij geruststellen. Zo ook de ideeën van Plato, hij liet Socrates de woorden spreken: ‘Als filosoof is het leven zelf een oefening in het sterven, de ware filosoof heeft geen aanleiding om bang te zijn voor de dood. Het lichaam is eerder een last en de dood een bevrijding.’
Ik denk dat het lichaam-geestonderscheid een onzinnig onderscheid is, maar de idee dat de filosoof voornamelijk van het lichaam af wil vind ik wel geruststellend.
(Overigens: als u filosofen wil zien met veel geest en amper een lichaam dan raad ik u aan om rond te lopen op de faculteit Filosofie, veel docenten en professoren daar slepen hun lichaam slapjes achter hun geest aan.)
Wellicht niet hier-en-nu genoeg voor Hester Macrander (Uitvaartspreker), maar voor mij nog geen cliché. De anti-ritueelsentimenten van Hester Macrander, en enkele andere ritueelbegeleiders die een lezing geve, roepen vragen bij mij op als: Is het omgekeerde van een ritueel niet nog steeds heel erg een ritueel? En: Is het woord ‘authentiek’ in een omcirkeld schema niet het omgekeerde van authentiek? In de pauze leg ik mijn vragen voor een Jan Renkema (hoogleraar taal aan de Uvt) en hij knikt.
Ik word juist zenuwachtig van woorden als: ‘authentiek’ en ‘oprecht’, ‘gevoel’, en zinnen als: ‘emotie in de taal’ en ‘taal moet communiceren!’
Want, denkt mijn nerdengeest dan: Hoe kan taal nou niet communiceren?
Misschien beter of minder goed maar emoties zet je om in taal en dus communiceer je per definitie. Je kan toch niet spreken zonder te communiceren??

Het mooiste aan taal rondom de dood vind ik dat je de doodsangst kan bezweren.
Dus rijst bij mij de vraag: Ben je na een uitvaart juist banger of minder bang voor de dood? Hoe maak je mensen minder bang? Taal en handeling heeft op iedereen een andere uitwerking, net als de filosofie. Sommigen worden gek er gek van en ervaren een eindeloze, bodemloze, regressie terwijl ik in die uitspraken van Plato en Epicurus juist geruststelling en herkenning vind; dat men al duizenden jaren dezelfde vragen stelt maakt mij minder eenzaam, bevestigt dat ik niet knettergek ben en maken mij ook bescheiden. Want wat is er nu minder origineel dan geboren worden en sterven?
Die: ‘We doen het allemaal’-attitude is denk ik wat en uitvaartritueel behelst.
Allemaal bezig zijn met de dood, allemaal onze eigen sterfelijkheid nog eens overdenken. Maar zijn we dan aan het einde van de middag blij dat we allemaal doodgaan of kijkt u naast zich en denkt u: ‘Nou, hij liever dan ik!’
Tijdens een lezing over het ontwerpen van een crematorium zegt iemand achterin de zaal dat een cirkel de meest democratische vorm is. Maar, stel ik mij voor, dan zit je ook steeds naar je demente oudtante te kijken.. ’zal zij de volgende zijn? Misschien maar ’t beste..’

Wat mij opvalt op deze dag, en wat bij meerdere lezingen langskomt, is het grote onderscheid dat er gemaakt wordt tussen het gevoelige ritueel en het plechtige traditionele ritueel. Het eerste wordt dan vandaag geduid als gevoelig en het tweede als gevoelloos of afstandelijk.
Het nadruk leggen op iemands leven en lichaam wordt dan gevoelig, het plechtig en algemeen spreken over de dood is dan koud en gedateerd en vooral ver verwijderd van de individuele rouwbeleving. Het is een veelgehoord onderscheid: emotie vs. ratio, maar wat houdt het in?
Dan komt Paul Post (hoogleraar religie aan de Uvt.), met zijn haast onomatopeïsche naam: Paul Post, zijn woorden schieten net zo raak als de p’s in zijn naam!
Als dat onderscheid gevoel=beleven/plecht=gevoelloosheid een juiste is dan is de enorme hoeveelheid stille tochten, gedichten en tranen om de MH17 dus hét summum van gevoeligheid.
Mijn familie is Joods, maar niet religieus, en ik ben opgegroeid in Amsterdam. Dode Joden gaan vaak het liefst nog dezelfde dag de grond in, er is geen tonen van het lichaam want eindig in tegenstelling tot de ziel, enzovoort.
Dit zou dan dus als heel koud en afstandelijk gezien kunnen worden, maar iedereen staat stil bij de tijdelijke dood (totdat de Messias komt).
Toen ik in Tilburg ging studeren zag ik voor het eerst opgebaarde lichamen, opa’s en oma’s van vrienden en kennissen. Dit kende ik wel, maar alleen uit documentaires over vroegere pausen. Deze mensen wilden katholiek of traditioneel zijn, of daar nog een lichte band mee behouden. Ik begreep niet waarom dat lichaam dan zo belangrijk geacht werd, dat is het voor een Christen toch helemaal niet als de ziel onsterfelijk zou zijn?
Ik zag wel dat de licht katholieke uitvaarten ruimte biedt om voor iedereen afscheid te nemen zoals zij prettig vinden.

Bij de MH17 voelde ik mij erg gedwongen tot groepsrouw, enkele weken na de groepsvreugde van het WK voetbal. Het voelde bijna alsof ik niet in mijn eentje mocht mijmeren, en mijn vraagtekens jegens stille tochten werden gezien als een uiting van respectloosheid. Ik kan mij zo slecht voorstellen dat je tijdens een stille tocht daadwerkelijk iets aan het voelen bent dat met die MH17 te maken heeft.
Voel ik minder als ik niet in een groep voel?
Als het emotie/anti-emotie onderscheid standhoudt dan is de Orthodox Joodse begrafenis erg ongevoelig en onpersoonlijk. Ik zou zeggen: wel onpersoonlijk maar niet noodzakelijk ongevoelig. De plechtigheid biedt van binnen ruimte voor je eigen gedachten, juist door de kaders die gesteld worden.
De dood geldt voor ons allemaal, ik ga niet doder dan een ander. Uw dood is mijn dood, of is dat te afstandelijk?
Ach, vandaag is ook een ritueel, met afgesproken gebruiken en handelingen. We zijn allemaal onze eigen kleine Yarden, Dela en Monuta.
Ik voel mij.. Dorstig. De ovenruimte was nogal warm.
Ik drink twee slokjes koffie en zie geen Yardenlogo in mijn kopje. Ik drink verder en verder, als het leven zelf, en verder en dan.. is er niets, of.. koffiedik kijken?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.