Ik coach me een ongeluk

Door LOB (Loopbaan Oriëntatiebegeleiding voor het MBO) ben ik gevraagd om een tekst te schrijven tijdens hun landelijke dag op 17 juni 2014 in het Spoorwegmuseum te Utrecht.
De dag, in de vorm van een conferentie, was bedoeld om de directeurs, docenten en ander onderwijspersoneel op nieuwe ideeën te brengen voor het onderwijs van de toekomst. Het vertrekpunt was het probleem dat de jongeren van nu worden opgeleid voor banen die in de toekomst niet meer zullen bestaan. Hoe om te gaan met de toekomst?
Op de conferentie sprak Ruud Veltenaar, filosoof en zelfbenoemd ‘bevliegeraar’, om het publiek te wijzen op wat ons mogelijk in de toekomst te wachten staat en van welke ouderwetse ideeën we af moeten. De presentator van de dag was Richard Engelfriet.

Zijn we klaar voor de toekomst? Met die vraag begint de dag.
De meneer met het mooie rode overhemd onder het zwarte colbertje, die geen naambordje draagt (heel goed!), vindt dit een retorische vraag. Hij heeft een punt, de vraag is niet goed te beantwoorden.
Als je inziet dat ‘we’ nog niet klaar zijn voor de toekomst, dan betekent dit dat je dus ongeveer weet wat ons te wachten staat en dus ben je in feite beter voorbereid op die toekomst dan iemand zonder mening. En, uiteraard, als je ons wel voorbereid acht op de toekomst, dan ben je dus van mening over genoeg informatie te beschikken om dit te kunnen beoordelen.
Terwijl filosoof en bevliegeraar Ruud Veltenaar (toch de Pierre Wind van de filosofische keuken) tegen ons spreekt over de ‘comfortzone’ en ‘where the magic happens’ , ontstaat er een nieuwe stroming: De culinaire Filosofie.
Ruud neemt een zaadje, plant het in ons hoofd, dan groeit er een kokosnoot uit en vervolgens helpt dit ons uit de comfortzone. Ja, als mijn hoofd uit elkaar spat ben ik wel uit de comfortzone.
Ruud wil ons de comfortzone uit helpen, waar we inzitten mede door onze angst waardoor we de realiteit troebel zien en de dingen niet goed op waarde schatten. Ruud in zó’n bevliegeraar, ik stijg zowat op, mij vastklampend aan het laatste strikje van de vlieger.
Maar, Ruud heeft onder zijn filosofische koksmuts wel uitspraken zitten die nogal atypisch zijn voor filosofen.
Ruud is een filosoof die weet waardoor we de realiteit troebel zien (daar is drieduizend jaar op gezwoegd door de denkers), hij weet hoe je de waarom-vraag kan beantwoorden en hij weet waar de comfortzone zit en ‘where the magic happens’. Onthoud: altijd zo’n vijf centimeter linksboven je hoofd in een krijtcirkel.
Ik studeer filosofie en dus spitsen mijn oren zich meteen zodra een filosoof spreekt. Want, wat ik zo verraderlijk vind aan termen als ‘uit de comfortzone’ is dat het zo ín de comfortzone klinkt.
Ruud Veltenaar geeft ons het advies om elke dag iets voor het allereerst te doen, hijzelf doet elke dag iets wat hij nog nooit eerder heeft gedaan. Maar, denkt de baardplukkende filosoof in mijn hoofd, als je altijd dingen voor het eerst doet, doe je dan ooit iets echt voor het eerst? Zit je dan wellicht niet juist in je comfortzone? Want, wie weet ben je dan wel zó bang om in een 1.0 situatie of comfortzone -of noem het hoe je wil- te zitten zonder meerwaarde, dat je juist in de zone zit die ’t meest comfortabel is..?
Mijn waarschijnlijk iets té kritische houding komt ook voort uit de ‘trendtelling’ woorden en uitspraken. (Moet ik dat ‘telling’ van Ruud overigens Engels of Nederlands opvatten? Telt hij de trends of is hij iemand die ons ‘tells about trends’?) Ik sta in het programma aangekondigd als een ‘ludieke’ afsluiter. Zodra iets als ludiek wordt bestempeld dan is ’t vaak het omgekeerde van ludiek. Zo is ‘spontaan’ de minst spontane manier om spontaniteit te verwoorden.
Een aantal andere termen en uitspraken die langskwam: -Bewustzijn creëren. Maar.. hoe doe je dat dan? Een kind maken?
– Coach. Mijn moeder belde mij laatst nog gierend van het lachen op omdat ze een hypotheekcoach toegewezen had gekregen. Vond ze absurd.
Goed, het moge duidelijk zijn dat de pessimist, of voorlopige realist volgens Veltenaar, in mij ruimschoots aanwezig is.

Ik ben zelf nog student aan de Uvt en vanaf september hopelijk in Rotterdam of Leiden.
Het probleem wat het vertrekpunt vormt voor deze conferentie zie ik veel om mij heen: studenten die, met dubbele master, cum laude zijn afgestudeerd vinden geen werk. We worden nog opgeleid voor banen die niet zullen bestaan. Gelukkig heeft ‘filosofie’ nooit garant gestaan voor werk dus voor mij zal de schok minder heftig zijn. Het labyrint dat onderwijs heet lijkt soms verdomd veel op het vertrekbord achter de bar, wat daar nog als analoog residu uit een ver treinverleden hangt: ik wil naar Hannover, maar ehm.. Hannover, Hannover Hannover Gouda en dan via Duivendrecht om zes over een of ander uur. Iets loopt vast en is stug, daar is iedereen ’t over eens.

De dames en heren hier, die mij veelal doen denken aan de lievelingsconrector die je wel eens matst als hij of zij weet dat je dat biologieproefwerk toch wel haalt. ‘Maar’, zegt de conrector dan, ‘Volgende keer moet je wel nablijven’
De dames en heren vormen kringgesprekken om hun gedachtes op papier te zetten in de vorm van boodschappen. Ze hebben boodschappen voor Jet Bussemakers, zichzelf, het project en de collega.
Een kleine greep uit de kreten op de flip-overs:
-Terug naar de basis, meer aandacht voor het kind
-Leven is het meervoud van lef
-Hoe sluit je aan bij de student?
-Leg de lat hoger, dan hoeven we minder te bukken
-Handel vanuit ervaring!
-Praktisch en concreter wordt nóg beter!
Ok, dus aan de ene kant hyperconcreet en op het randje van open-deur, maar soms wat abstract en vaag.
Aansluiten bij de student bijvoorbeeld. Iedereen wil wel aansluiten bij de student en het lijkt een concrete uitspraak maar juist het HOE is misschien minder concreet dan het klinkt. Het gesprek daarover is bij uitstek een abstract gesprek.

Ik sluit mij aan bij een van de kringgesprekken. Opvallend veel vrouwen met strakke broeken, peper in de reet dus! De gespreksleidster, Christa, vertelt over 2025: ‘Geen verwondering verwerven, maar verwondering verweven.’
2025: nog 11 jaar. 11 oud-en-nieuw’s, 11 koningsdagen, nog 109 keer ongesteld en nog 109 volle manen. En dan? Een hele knappe dame die mijn moeder zou kunnen zijn is de professionalisering zat. Een andere knappe dame die mijn moeder zou kunnen zijn heeft een IPad en houdt ‘m op schoot alsof het een krantje is. Zij is het al!! Het gemak van de verandering, je kan niet anders dan mee veranderen en je bent al aan het veranderen!
Ineens moet ik denken aan de Griekse mythologie en -kwellingen. In het bijzonder de Sisyfusarbeid en Tantaluskwelling en ook aan de fabel van Buridanus over de twee geketende ezels. Die fabel gaat zo: Er zijn twee ezels en links en rechts van hen staan twee bakken water. Ze kunnen net niet bij die bakken om eruit te drinken, ze zullen moeten samenwerken: eerst naar links en dan naar rechts. Zullen ze dit kunnen oplossen?
Deze fabel stond regelmatig op tegeltjes afgebeeld in oude fabrieken voor een goed arbeidsethos.
Wat zou de LOBmythe kunnen zijn?
Het grit, raster, dat aan het plafond hangt zou op ons kunnen vallen. Iedereen zit dan rond de middel vast in zijn eigen vierkantje, als ze voor of achter beginnen te trekken dan valt de rest om. Beroepsoptimist en presentator van de dag Richard Engelfriet maakt nog een grapje over ‘niet op het goede spoor zitten in het spoorwegmuseum’ en achterin hoor je wat mensen kermen.
Ruud Veltenaar de Bevliegeraar zegt dat rollade heel goed is voor het uit je comfortzone stappen en ineens hebben jullie het!
Iedereen een stap naar links, dan een naar voren, links, voor, links, voor, links twee drie vier mars twee drie vier. Jullie knallen de deuren omver, niets houdt jullie tegen. Ruud de bevliegeraar roept ‘TJAKKA! KNALLEN!’, en jullie knallen de wijde wereld in. Ieder z’n eigen hokje, ieder z’n eigen ideeën maar altijd samen.

Veel inspiratie toegewenst maar gebruik iets minder tuttige woorden, borrel ze!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.