Stadsgedicht

Seconden later zijn wij allerbesten

Zevende sonnet van de Tilburgse sonnettenkrans 2012, aangeboden als gratis boekenweekgeschenk door schrijver Martijn Neggers.

Seconden later zijn wij allerbesten.
Hij spreekt alweer van vroeger en van toen,
van: “ weet je nog?” en onze eerste zoen.
Hij koos de mooiste, deelde wat er restte.

Wij lachend om die avond in ’t plantsoen,
de avond in het gras op Tilburg West en
ik kon niet wachten op mijn grootse test en
zag hem mijn liefje van haar goed ontdoen.

Terwijl hij alle mensen om zich rijgt,
zijn nonchalante ‘k-weet-’t-ook-niet-geste,
ben ik diegene die zacht grapt en zwijgt.

Zal ik dan toch de rake waarheid ketsen?
Hem laten zien dat ik hem overstijg?
Ach wat, ik blijf toch altijd de gekwetste.

Seconden later zijn wij allerbesten Meer lezen »

Godvergeten Ironie

Je mag het wel benoemen
Maar je mag het niet zijn

Je mag er wel om lachen
Maar je mag het niet willen

Je mag het wel afgrijselijk vinden
Maar je mag je er niet in verdiepen.

In een café praten heren over politiek.
Er wordt gestampt en gefoeterd
geproest en verloederd.
Maar niemand ziet de poster
op de achtergrond
in oranje, blauw en wit
waar iedereen precies
aan gekluisterd zit.

Zolang je maar
dingen zegt als:
“ze naaien ons toch wel!”
Met een grijns
en met een biertje.
En: “maarja.. ach”
of: “als het maar gezellig is!”

Zolang je dat maar zegt
ben je er tenminste
geen onderdeel van.
Hoef je niet bang te zijn
dat iemand echt
een goede vraag stelt.

Zolang je het parodieert
ben je het niet.

Godvergeten Ironie Meer lezen »

Armoede (Verborgen) armoede

Voor de Tilburgse Voedselbank en hun vraag naar kerstpakketten.

De armen van nu zijn als… de armen van vroeger.
Bespot, belast, beknibbeld.
Niemand kent ze, niemand is ze
Maar iedereen wil vergelijken.
“Het valt wel mee, met mij valt het mee”,
Als een lopende naast de lamme.
We weten alles beter,
Meer doen, minder klagen,
Koken voor vier euro kan toch best?
De rijkdom toont zich:
Naast de lamgeslagen
Zitten wij gepoft te piepen
Rond de tafel met schimmig licht
Sfeervol en hip knagen we
Aan onze knapperige borden.
Haute Cuisine van vroeger is van nu.
Arm en dus dom, denken we,
Verslagen is nooit echt gestreden
Gevallen heeft nooit goed gestaan
Op eigen benen, de eigen broekriem aan.
Schenken uit de dozen op zolder
Met oude broeken en gatensokken
Verfrommelde jurken en blikjes maïs
We zijn het kwijt, gegeven is gegeven
Dankbaarheid komt met een prijs.
Meer? Willen ze meer?
“Hoe durven ze ’t in de bek te kijken?
Ik werk hard hoor, ik werk hard!”
Voor elke cent zo tien andere.
Het kratje, thuis, zorgvuldig gedekt
Met een theedoek over de koekjes.
“Hier gaat iemand van overleven,
Hiervoor verdien ik respect.”
Wij drogen in gedachte hun tranen
Met kaasstengels en zeven bananen,
En, na gretig te hebben gegeven,
Bedenken wij hoe zij gelukkig zijn
Vier kinderen zonder honger
ook de hond dankt zijn baas.
Onze voldaanheid toont zich
in andermans verdriet.
We stellen ons voor hoe ze lachen
Hoe wij hun lichaam verwarmen,
Maar echt kennen doen we ze niet,
Onze, verborgen, armen.

– Esther Porcelijn, 2013.

http://www.tilburgsevoedselbank.nl

Armoede (Verborgen) armoede Meer lezen »

Trots op Tilburg?!

Geschreven voor de verkiezing ‘beste binnenstad’, waar Tilburg voor was genomineerd.

“Doe maar gewoon!” Zegt de man tegen de vrouw.
“Dan doe je al gek genoeg.”
“Spaar jezelf of je piekt te vroeg
En dan geeft niemand om jou.”

De vrouw, hevig verontwaardigd,
Wilde hem enkel bekoren:
“Mijn borsten gelift tot aan mijn oren,
ze raken al jaren mijn gezicht.”

“Het onkruid tussen de tegels geplukt,
de oude details gerenoveerd.
“Elke andere man zou vereerd
zijn en intens verrukt!”

“Al jaren klaagde je over mijn vormen
Je vond ze niet bij de tijd!”
“Ik moest zelfs, tot mijn spijt,
mijn oude beelden bestormen”

“Nee nee,” zei de man, “je vergist je schat!”
“Mijn liefde voor jouw is geen prijs.”
“Ik hoef geen hemels paradijs,
Voor mij volstaat de grauwe stad.”

“Bij mij valt niets te winnen.
Ik heb frietsaus, geen mayonaise
En zeker geen bearnaise!
Juist daarom wil ik je beminnen!”

“Je buitenkant neem ik voor lief
Het gaat mij om van binnen!”
“Ik hou van al je twintig kinnen
En van je vlekkenmotief!”

“Je kent mij toch, ik ben niet van ingewikkeld.”
“Van hoge kunst en woorden,
en muziek met zware akkoorden!”
“Van theater met een grote T, ’t is niet wat mij prikkelt!”

“Ik hoef geen importevangelie
Van die boven-rivierse mensen,
met hun grote wereldse wensen.”
“Eenvoud is de schoonste harmonie!

“Ach hypocriet!”, zei de vrouw tot haar man,
“wat nou, doe maar gewoon?”
“Je spreekt zelf als de hoogste boom,
Ja, jij kan er wat van!”

“Geen opsmuk, zeg je, wat een gezwam!”
“Eerst zeuren dat het minder moet,
dat uiterlijk er niet toe doet
En geen theater uit Amsterdam..”

“..En dan morgen met een stoet
Van 25 mensen naar Madurodam!”

Trots op Tilburg?! Meer lezen »

In Breda en in Tilburg

Ik woonde in een ansichtkaart
Breda is één groot vroeger
Een raam op zolder starend naar
De kerk en alle kroegen;
Waar mensen feestend zweterig
Zich door de biertjes zwoegen.

Omlijst is elk klein detail
De hofjes en de muren
Van baksteen staat elk huis zo lang
Dat al eeuwenoude uren
Mensen turend hun gedachten
Op de stad afvuren.

Toch lijken de inwoners
De schoonheid niet te delen
Ze ogen rijk en carnaval
Religie gaat vervelen;
Het boordje is geruild voor polo
‘t Verstikt nog steeds hun kelen.

Hen lijkt de vreemdheid ongehoord
Ze houden niet van anders
Geen polo: is te stumperig
En de rest, de omstanders?
Zij drinken er lustig op los
En dansen hun polonaise om de bijstanders.

Nu ik verhuis naar een andere stad
Waar oude muren zeldzaam
En hofjes onbestaand
Kijk ik door mijn nieuwe raam:
Een plein met auto’s en bomen
Vroeger heeft hier een andere naam.

De mensen, echter, zijn zélf anders
Sferen van raarheid, hun gelaat
Is minder strak hooghartig
Rokerige dronkenmanspraat,
Tijdens lange cafénachten,
Dragen ze als een sieraad.

Ik woonde in een ansichtkaart
Waar ik de schoonheid had
De nieuwe plaats is anders, ja,
Maar vrolijk en minder glad
Bij dat besef verscheur ik mijn post
Een ansichtkaart is toch maar plat.

In Breda en in Tilburg Meer lezen »

Tijdmachine

Ter ere van het 100-jarig bestaan van de Bibliotheek.

Als je een keer vragen hebt of ongelukkig bent
Je twijfelt of zekerheden zeker zijn,
En je wil dat iemand je verhalen deelt
Omdat je alleen bent met je ideeën.
Weet dan dat er een plek is, in elke stad
Waar je in de kast kan duiken.

Als je niet weet of nu 1988 of -89
De val van de muur en alle consequenties,
Of je dreigt te verliezen in een weddenschap
En je weet toch echt echt zeker dat die ene
Jongen uit de klas het mis had met de hoofdstad.
Weet dan dat er voor kennis een plek is.

Stel, je zoekt, terloops, de herkomst van lijden,
Je hebt een hond met allergie en vergeet steeds wie
Nou ook alweer de pasta had ontdekt,
En of fröbelen iets is wat volwassenen kunnen,
Of dat kinderbreinen kinderachtig durven zijn.
Weet dan dat je niet naar Wikipedia hoeft te surfen.

Maar dat je naar de BIEB kan.
Naar de Bieb. Naar de bieb dan!

Je kan er reizen door de tijd
Je kan er koffie drinken
Je kan er nagaan of drie maal drie wel negen is
Of de kerk zich in de mens vergist.
Je kan er lezen of het beter is je buurman te verlinken

Je kan er dromen tot je valt
Je kan er plaatjes kijken
Je kan verzinnen dat je koning bent van Nederland
Hoe een lucifer op Mars brandt,
Je kan er leren of je later op je moeder zal gaan lijken

Wat wil je bedenken? Alles? Er is vast wel iets over alles!
Wil je een taart gaan bakken? Kom maar!
Waargebeurde verhalen vertellen?
Hoe een meisje een jongen versiert?
Witte neushoorns, toekomst voorspellen,
Krachtmetingsfabels, Grote fanfares?
Hertenvlees en kattenverharing
Oude verhalen en krantenberichten
Kennis voor altijd, wat een verlichting!
Tijdmachines bouwen?
Vroeger en nu in één keer overzien:
De mensheid bekijken,
voyeuristisch, in ’t geniep,

Het kan allemaal bij de Bieb.

Tijdmachine Meer lezen »

Optocht

Geschreven voor de Tilburgse Koerier 21 februari 2013

Haar iets te dikke billen passen net in het rokje.
Ze papiermacheet zich om de mannen,
Tapt hun oksels voor tweedehands bier.
Ze loopt vooraan, danst rond de wagen,
Toet toet toeteren haar heupen
Naar een knappe jongen.
Nog twee dagen te gaan!
Ze trekt de massa mee met haar slingerboa.
Er kruist een rouwstoet. oma wordt begraven.
De zwarte en kleurenvlaggetjes verstrikken.
In de kerk wordt gesproken over vroeger en nu,
Over port en frietjes.
`Bier en tietjes´, roept iemand op straat.
Zij kijkt op, pruilt naar de familie,
De familie lacht terug.
Beiden stijgen op, verdoofd.
Alles is traditie.

Optocht Meer lezen »

Aftrap 013 013 013 013 013

Geschreven voor de aftrap van het ‘jaar 013’

Al kan het eigenlijk niet meer: Gelukkig Nieuwjaar!
Ik hoop dat ’t een gelukkig Nieuwjaar wordt. Of anders, voor de dichters onder ons, een iets minder teleurstellend Nieuwjaar, of een door drank draaglijk Nieuwjaar. Voor de politici en ambtenaren: Een jaar gewenst gevuld met stempels en wetsvoorstellen! Aan de rest: Een gelukkig Nieuwjaar.

Maar wie weet is gelukkig zijn wel het laatste wat jullie willen en vinden jullie dat maar passé: Geluk. Maakt het jullie verzadigd van lichaam en geest. In dat geval wens ik jullie een iets ongelukkiger Nieuwjaar waarin je kan blijven streven naar dat geluk, als dat je gelukkiger maakt.

Dit is wat ik wens:
Een jaar met enorm veel activiteiten
Een jaar zonder angst.
Een jaar waarin iedereen genoeg te eten heeft.
Een jaar waarin niemand hoeft te concurreren voor z’n hachje.
Een jaar waarin extreem veel moppen worden verteld
Een jaar waarin iedereen oprecht geïnteresseerd is in elkaar. Dat als iemand vraagt “hoe gaat ‘t?” die persoon ook werkelijk het antwoord wil horen.
Een jaar waarin niemand zich achtergebleven voelt en niemand zich buitengesloten.
Een jaar met veel feest!

Dit is wat ik vrees:
Een jaar vol portemonnederigheid
Een jaar waarin alle bezuinigingen goed gepraat worden onder het mom van: “Ach, we zullen het wel verdiend hebben.”
Een jaar waarin de voedselbank weer leeg is.
Een jaar waarin niemand elkaar iets gunt omdat niemand vindt dat hij of zij echt genoeg heeft.
Een jaar met veel ruzie door bovenstaande.
Een jaar waarin we gewend zijn geraakt aan uitspraken van politici, een jaar waarin we onze schouders ophalen.. ach ja.
Een jaar vol ongelukkige passiviteit.
Een jaar waarin veel mensen aan de drank raken.
Een jaar waarin elke dag op de vorige lijkt.

Dit is wat kan, denk ik:
Een jaar waarin we opstaan tegen het gelul.
Een jaar waarin we niet monddood gekletst worden door politici en door negatieve ‘framing.’ Zoals met de kunstenaars is gebeurd: “Van subsidie word je juist minder creatief.” Als je dit dan poogt te pareren ben je óf verwend want hoe DURF je nog geld te verwachten als anderen gebukt gaan onder het eigen risico van de zorgverzekering en als oma geen rollator meer krijgt. De andere optie is dat je overkomt als iemand die dit gevolg van subsidie niet wil erkennen en dus zal je wel geen echt goede kunstenaar zijn: “Die houdt z’n eigen broek toch op?”
Een jaar waarin iedereen samenwerkt.
Een jaar waarin niet alles in economische waarde uitgedrukt hoeft te worden.
Een jaar waarin ‘profileren’ meer inhoudt dan een persberichtje sturen naar het Parool.
Een jaar waarin ‘profileren’ een stom woord gevonden wordt.
Een jaar waarin we inzien dat je samen echt meer kan dan alleen.
Een jaar waarin er zoveel moois te zien is dat iedereen er meer ideeën van krijgt.
Een jaar waarin we inzien dat iets organiseren meer is dan alleen tijdverdrijf, en iets noodzakelijks is.
Een jaar waarin niemand zijn schouders ophaalt en iedereen vecht tegen geklets en onrecht.
Een jaar waarin niemand buitengesloten wordt omdat we inzien dat we allemaal mensen zijn en niemand echt beter is dan een ander, iedereen wel iets kan en iedereen rechten heeft. Bovenal dat iedereen in de schoenen van de ander had kunnen staan.

Een jaar met veel muziek en poëzie en lekker eten en goede wijn. Met katten op de vensterbank, warme kachels en goede gesprekken en feesten waar iedereen kan dansen.

Het ritme van die dans zal onze geesten vervullen met de nieuwe binaire code waar één cijfer aan is toegevoegd. Die binaire code zal ons allen bewegen en vervoeren door het oerwoud van de onzin naar het grote feest waar dit ritme ons beweegt.

Het ritme gaat zo: 013 3 001 3 03 13 0013 013 013 013 013….

Voel je ‘m?

Hop!

Aftrap 013 013 013 013 013 Meer lezen »

Bloemlezen en Koffiedik kijken op de Roze Maandag

Voor iedereen en dus ook voor Gerrit Komrij en Rutger Kopland

Lights On Daar gaan we Weer Weer WEER Weer.
Zonder ideeën ben ik er niet
Zonder ideeën zijn jullie er niet
Zonder de mensen is er niks om over te praten.
Zonder verschillen kunnen we alles stilzwijgend ondergaan.
Dan gaan de lichten op de dimstand.
De grootste beren op de Roze rots, Komrij’s Paralymics.
Het anders-zijn wordt juist benadrukt?
Met z’n allen in een draaimolen, de carrousel.
Alle plaatjes van mensen in de centrifuge tot oliebolsap.
Allemaal hetzelfde, behalve op Roze maandag.

Nog een Keer Keer KEER Keer.
Online bashen, inmaken oprotten optiefen onder de lakens houden, achter de voordeur. “Mij maakt het niet uit hoor,” als ze maar niet ehm zoenen op straat, ehm handen vasthouden, ehm genegenheid tonen, ehm mij aankijken, ehm iets roze-achtigs doen, ehm of denken, ehm ademen, of ehm leven.

“Het is een ziekte,” “homo’s zijn dierlijk.”
Nieuw Nieuw NIEUW Nieuw
Oproer uit de jaren 50. Conservatisme is de allergrootste traditie.

Misplaatste frustratie van antoniemschreeuwers is de online munitie waar we met z’n allen in draaien.
Zij met de grootste aannames nemen nooit iets aan van anderen,
want dat is een no-Go Go GO Go.
Dansers in kooien, harde sex, slappe handjes, roze boa’s, darkrooms.
Cliché Cliché CLICHÉ Cliché.

Niet te verdragen. Erger nog dan Jonge Sla.
Gay. What’s in a name?
Mo money mo homo mo homo mo homo.
Geld waard. Straks mis je nog de Bootsma.
Geld waard, twee voor de prijs van Één Één ÉÉN Één.

Benadruk het anders zijn, anders doet niemand het, gaan de lichten op dimstand.
Zwieren en draaien. Daar gaan We We WE We Weer Weer WEER Weer.

Bloemlezen en Koffiedik kijken op de Roze Maandag Meer lezen »

Scroll naar boven