Wortel

10003263_10152056460792569_1495551804_n

festivalcement.nl

Door Theaterfestival Cement ben ik gevraagd om als een writer in residence elke dag een tekst te schrijven over het festival en de voorstellingen. Het festival vindt plaats van 26 t/m 29 maart in en rond de Verkadefabriek te Den Bosch. De teksten zijn ‘Nico Dijkshoorntjes’, op de avond zelf geschreven en in hoog tempo. Ik dwaal rond als spion en festivalbezoeker, niets en niemand is veilig voor mijn pen, ikzelf nog het minst.
De vier schrijfdagen heb ik voor mijzelf opgedeeld in vier thema’s en vragen:
1. Wat voor mensen trekt Cement aan?
2. Hoe staat ’t met het theater?
3. Wat zijn de gedrags- en theatercodes en waarom?
4. Wat is festival Cement?

27-03-2014 Cement 2. Hoe staat ’t met het theater?

Een man met een Youp van ’t Hek-brilletje, een gifgroen overhemd, donkergroen colbert en een peentjesoranje broek eet heel gehaast zijn bietensalade op een bankje.
Volstaat dit beeld al als theater? Mijn moeder zou zeggen: ‘Zo’n man verzin je niet!’
Wanneer is iets theater? De peentjesman met de bieten is in elk geval geen theater meer, realisme is uit. De wederkeer en de verdwijning van het egodocument, als theatervorm, lijkt ook te hebben plaatsgevonden. Dan vindt iemand een stoffige kartonnen doos van overgrootvader met vergeelde foto’s van hem uit de Eerste Wereldoorlog, maar wie is die vrouw in dat schort achter de staldeur nou? –En daar dan een voorstelling over-.
Het was mooi, maar ook dat is voorbijgegaan. Theater is in elk geval niet zomaar wat en daar dan naar kijken. Een bruine boterham ofzo, of een steen, of iemand die een appel schilt is ook geen theater en mijn moeder die haar haren verft ook niet.
Helpt een bijvoeglijk naamwoord dan? Een blauwe of mooie steen is al meer dan gewoon een steen, maar een gewone steen is ook iets.
Er staat een jongen naast mij met één been op het houten bankje. Het gaat schijnbaar supergoed met hem, en hij zegt dat alles superlekker gaat: ‘Projectjes hier en daar, top!’
Zo’n jongen, in z’n iets te losse capuchontrui verzin je ook niet. Ik verzin nooit iemand waarmee alles superlekker gaat. Meestal gaat het helemaal niet zo lekker met de mensen die ik verzin. Die hebben liefdesverdriet of bulten.
Zijn bulten theatraal? Niet meteen, zomaar een bult ergens. Een bult zonder glitters is maar een bult.
Een man in glitterpak die pianospeelt, terwijl een mooie zwangere vrouw licht ironische liedjes zingt in een huisdecor, is wel theater. Vooral die ironie.
Kiki Jaski-Groenteman en haar man Jan: ‘Groenteman&Groenteman’ in de voorstelling ‘Opzoek naar junkie Djamilla’. Zij vertellen een verhaal over Djamilla, een meisje dat precies zo is als je zou denken bij haar naam: vrolijk, maar een tikkie ordinair. Djamilla heeft het huis van Kiki gehuurd en er een paar maanden later een drugshuis van gemaakt. De politie heeft kilo’s cocaïne en heroïne gevonden. Onder een vaak doorlopend muziekje, met een enorme groove gespeeld door Jan, of een rap over schuld, wisselen ze tussen een vertellend perspectief en een AA-kringgesprek waardoor wij zelf de verslaafden in therapie worden. Ze lijken een verschuiving te willen creëren van het vingerwijzen naar de vieze junk naar een meer begripvolle houding. Waarom is Herman Brood een held en Djamilla een junk? Wij zouden allemaal Djamilla kunnen zijn, bijna.
Als vorm kiezen ze voor het vertellende theater, afgewisseld met liedjes. Een verhaal vertellen is nodig voor theater, alleen de vorm wisselt nog al.
Op dit festival Cement zie ik hyper abstract theater en ook erg concreet theater, het is gradueel. Zoals de stapjes die je zet om van een functionerend mens, met goede baan en knappe vrouw, in iemand te veranderen die z’n heroïnenaald tussen zijn tenen zet omdat de naald nergens anders meer in wil.
De nerd in mijn hoofd roept dat ook vertellend theater abstract is. Een verhaal, mededeling of vraag, is een belangrijk ingrediënt voor theater maar het vertellen van iets uit de werkelijkheid of fantasie in een korte tijd is altijd een representatie en een representatie is toch altijd een abstractie? Dus waarom is een dans in koud blauw licht dan zoveel moeilijker om te begrijpen en te bekijken?
Als we teruggaan naar de bult: Is vertellen over de bult en hoe die er precies uitzag dan toegankelijk theater? Is abstract theater dan alleen de bult aanstippen en het publiek dan de rest van de persoon eromheen laten verzinnen, terwijl een bultdans verlicht wordt door een heel klein laserlampje? Het laten zien, het vertellen en het spelen.
Als je nu een bult in een glitterpak hijst, een liedje laat zingen of en een echt verhaal laat vertellen, zoals de makers hier weer durven?
Nee dat is geen theater, toch?
Zoiets verzin je niet. Zelfs de man in de peentjesbroek verzint zoiets niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.