AaBe, Textielfabriek Tilburg

Aabe; Weeft Getrouw.

Weefgetouw, oorverdovende patronen
Van draden los naar vast
Waar personeel gepast
In gekleurde overalls hun rangen tonen.

Aandraaien, kamrijgen, rietsteken en draadmaken
De beweging rijgt zich door de mensen
Die allen delen in hun wensen
Van goed salaris en goede zaken.

Na de prikkaart in de prikklok
Gaat ieder naar zijn plaats
Geen minuut te laat
Niemand wil ’t met de baas aan de stok.

De heren van den Bergh als directeur
Zijn heren van gezag
Een wekelijks bezoek brengt
De werkvloer in bedrijviger humeur.

“Samenwerking schept vreugde en trots”
De ezels zijn geketend
Maar weten wat dit betekent:
Naar links en dán naar rechts, dat is ’t vlotst.

De ruimte, een modern juweel
Het nieuwste netste schoonste
Waar orde ’t gewoonste
Zonder ouderwets gekrakeel.

Eindeloze ruimte, de centrale gang
Als ader door de bedrijvigheid
Rechte vormen en openheid
En grote duidelijkheidsdrang

Hier scheppen mensen bewust
Reinheid, en met regelmaat
Als bijen in een honingraat
Hier weeft men goede nachtrust.

Als plots het dekbed de wol
De das heeft omgedaan.
Het gebouw wordt ontdaan
Van zijn jarenlange rol.

De eerste barsten beginnen te komen
De laatste man prikt kaart in klok
Nog één keer klanken in de nok
Nooit meer jonge jongensdromen.

Brokkelende stenen
Klimop langs metalen palen
Leegte komt zijn ruimte halen.
Geen herkenning, enkel vreemden.

De structuur ontsluiert zich traag
De bedrading toont zich ook
Vervlochten met een betonnen strook
Soms is binnen of buiten vaag.

De draden en de organen van de structuur
Weven alles samen tot geheel
Zodat men bij het kijken veel
Kan herkennen in een muur.

Het gebouw geeft haar geheimen bloot
We kijken in de kieren
En zien de tijd vieren
Dat ze immer nieuwheid doodt.

Je zou haar skelet willen toedekken
Zoo naakt en zoo koud
Als een arme vrouw te oud
Om haar ledematen uit te rekken.

Gelijkend onszelf zijn de delen samen één
Wij bestaan uit losse stukken
Waar zit dan het geluk en
Wie houdt ons allen op de been?

Het weven van ons samen tot één deel
Gebeurt niet vanzelf en zonder kracht
En wie te lang wacht
Blijft over zonder al te veel.

Zoals het skelet van een gebouw
Onszelf kan representeren
Wij spiegelen elkaar, laten we dat eren
Jij weeft mij en ik weef jouw.

De bedrading zijn losse delen die ieder
Nodig zijn voor overleven
Het gaat niet om het korte en het even
Het gaat niet om de hoogste bieder.

Wie schoonheid ziet herkent ’t acuut.
Wie geld ziet zal gaan kwijlen
En wie wil schoonheid laten veilen?
Een oud gebouw met een nieuw debuut?

Nieuwe plannen voor dit complex
Duurzaam herbestemmen
Maar het skelet blijvend herkennen
In het mooist, het duurst, het gekst.

Nu is de oorverdovende stilte begonnen
Een lichaam heeft een beweger nodig
Saamhorigheid lijkt overbodig
Maar zonder wever rest enkel het verstommen.

De oude vrouw is broos en ijl
Ze zucht onder haar pilaren
Ze wil enkel dat haar jaren
Terugkeren in een nieuwe stijl.

De oude vrouw was excentriek
Nu beeft ze aan haar koude draden
Misschien dat we bij de Eskimo’s nog dekens kunnen halen
Ze voorkomen immers reumatiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.