Patatje

Door Polis, de studievereniging van Organisatiewetenschap aan de Universiteit van Tilburg, ben ik gevraagd om twee Nico Dijkshoorntjes te schrijven voor hun symposium over reputatiemanagement. De dagvoorzitter was Richard Koopman en de sprekers waren drie communicatieadviseurs van verschillende bedrijven: Gerjan Vasse van de NS, Debbie de Wagenaar van de McDonald’s en Doekle Terpstra, CEO van Hogeschool InHolland.
Dit is de tweede tekst, als afsluiter:

Debbie de Wagenaar wilde geheim agent worden, maar zij komt uit een tijd waar er nog wel werk was voor afgestudeerden dus ze werd uiteindelijk communicatie expert in de directie van McDonald’s, waar wij over enkele jaren achter de toonbank van de Mac zullen staan. Ze is van de Mac en ze is hyperslank. Goeie communicatie! Terwijl zij vertelt over dat de McDonald’s teruggeeft aan de community stel ik mij voor dat een dun smakelijk patatje vrolijk vertelt hoe goed het is dat de aardappelschilmevrouw nu iets te doen heeft. Een jongen die een vraag stelt, over de verhouding tussen geld verdienen en geld teruggeven aan de gemeenschap, deelt mijn gedachte. Ergens klinkt haar verhaal, hoewel ontzettend enthousiast en goed opgebouwd, een beetje krom: eerst de indruk wekken dat ’t de goedkoopste optie is om een hamburgermenu te eten als avondeten, eerst de bevolking verslaven aan E-nummers, smaakversterkers en hoge zout- en suikerwaardes en dan toch maar iets teruggeven aan de nu dikke en zieke bevolking die zich hebben ontleerd hoe je voor 4 euro een gezonde maaltijd voor twee maakt. Hoewel het een vrije keuze is verandert het gemak ons leef- en eetpatroon.
Debbie de Wagenaar komt heel nuchter over en geeft tussendoor ook toe dat het McDonald’s niet altijd lukt om in een doelstelling te slagen. Haar ogenschijnlijke nuchterheid en transparantie zorgt dat ik nog nauwlettender luister naar haar woordkeuze. Ik merk dat ik wantrouwiger wordt naarmate ze vaker in haar verhaal benadrukt dat het géén romantisch PR-praatje is. Dan oordeel ik van binnen extra hard over de achterliggende intentie van dat teruggeven aan de gemeenschap. Want, hoezeer de persoon die daar achter de schermen bij McDonald’s werkt en het overzicht houdt met betrekking tot de Ronald McDonaldhuizen, en hoezeer de kinderen en families in die huizen profiteren en blij zijn dat ze nu geen 100km heen en weer hoeven te rijden voor de vijftiende chemokuur van Kareltje van zeven. Hoe goed en mooi en geweldig dat ook is. De McDonald’s dit nooit doen als het niet goed was voor hun imago en het mij en ons geen positief gevoel en beeld zou geven van het merk middels lachende kinderen met spierwitte tanden die liever worteltjes eten dan kipnuggets, waardoor wij toch wel even langs de Mac gaan als we de munchies hebben om één uur s’ nachts ‘want’, denken we overtuigd: ‘de calorieën in een McKroket vallen wel mee’, en dit alles uiteindelijk meer inkomsten genereert voor McDonald’s? Het draait uiteindelijk om geld, niet?
Maarja, een slager kan ook niet elke keer een plakje worst als cadeau geven aan alle peuters die binnendartelen. Dan heeft het hebben van een slagerij als inkomstenbron geen zin meer. Debbie de Wagenaar vertelt in haar verhaal dat, voor de duidelijkheid, géén PR-verhaal is, over eten met een verhaal: Echt rundvlees, echte aardappel, echt moet het zijn, echt. Ook Richard Koopman stipte het huidige belang van de ‘echtheid’ van je benadering en product aan als ondernemer. Dat doet mij denken aan de hippe winkeltjes, kaasboeren en traiteurs in de pijp en het centrum van Amsterdam die als paddenstoelen uit de grond schieten. Om de milieubewuste bakfietsmoeders te lokken staat daar op steeds meer etalages en borden: ‘Echte Boerenkaas’, of: ‘Biologische robuuste broodjes, ‘authentieke quinoayoghurt met bananenshake en glutenvrije speltpap met cranberry’s uit oma’s tuin’. Het klinkt goed, maar wat is ‘t? Wat is dat ‘echte’ dan?
Het stelt de consument gerust want dit is nu in de mode, en het is ook in de mode om het belangrijk te vinden of iets echt is, wellicht terecht.
Maar was de kaas eerst dan nep? Is een biologische kip een betere en meer gelukkige kip? Waarschijnlijk loopt geen van die kippen dolgelukkig in een idyllische weide met paardenbloemen en een boerin die maiskorrels uit haar schort strooit. We kunnen onmogelijk allemaal wilde of vrije dieren eten, óf we eten minder vlees, óf we zullen wel aan de megastallen in een flat moeten geloven. ’t Is het één of het ander.
Échte boerenkaas zal vast echter zijn, maar dat ‘echt’ is zo moeilijk te proeven, misschien zit het in de gaten.
Ook moet ik denken aan een fragment van Middas Dekkers, de bioloog en schrijver. Hij liep op TV door een bos, een wild natuurgebied. ‘Maar’, zei hij, ‘het kost heel veel werk en aandacht om dit gebied zo wild te houden.’
Echt. Ik vind het opvallend dat het in twijfel trekken van alles, het meer afhankelijk zijn van technologie en de hang naar ‘echt’ en ambachtelijk allemaal naast elkaar bestaat in deze tijd. Willen we echt écht? Of willen we een romantisch verhaal wat ons een gevoel geeft van de echtheid en de romantische natuurlijkheid?
Dat vraagt een meneer, die op Henk Westbroek lijkt, zich ook af.
Doekle Terpstra, van InHolland is aan het woord. Hij vergelijkt niet met romantiek maar met sport: De sportcoach en de CEO. Hij houdt niet van het woord: CEO. Ineens denk ik aan de woorden en termen die vandaag het meest zijn langsgekomen en die mij opvielen;
-Awareness
-Engagement (dat gek genoeg op z’n Engels werd uitgesproken)
-Excellentie
-Echt/Real
en de klapper: Transparantie.
Dat woord: transparant, is voor mij vrij diffuus geworden gaandeweg het symposium. In zo’n rijtje lijkt het alles behalve transparant. Het is een veel gehanteerde taal die ik niet spreek en waar ik de zin niet helemaal van begrijp. Ik ben dan ook filosoof en dan ben je er om problemen te creëren of aan te wijzen, niet om ze op te lossen.
Doekle Terpstra doet niet aan crisismanagement, want bij hem ligt iets gewoon ‘aan diggelen’, hij staat in zijn eigen verhaal.
Bij Doekle geen piramides, kreten, flowcharts of vinkjes, hij zoekt mensen met goede wil.
Als hij groente zou verkopen dan zou ’t een biologische, grote komkommer zijn en dan niet zo’n gladde van de AH, maar een met knoken en deuken en dan zou hij zeggen: “Joah, issie niet minder lekker om!”
Ik hoop dat jullie in het bedrijfsleven je mannetje durven staan later en je houdt aan je principes en overwegingen.
Poeh, heb zin in een cheeseburger. Zo’n vieze vettige met nep kaas en een dooie augurk. Ach, heb gister nog twee euro aan een zwerver gegeven voor de daklozenkrant.
Dan sta ik wel quitte, toch?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.